
Gehouden op 21 september en 12 oktober 2000
Eerste avond: historie en toekomst van de
Ganzenmarkt in Oldenzaal
inleiders:
- Bob van
der Vliet, landschapsarchitect en stedenbouwkundige Den Bosch
- Jan Oude
Nijhuis, amateur historicus te Oldenzaal
- Henk van Zandvoort, algemeen
directeur Bouwfonds, afd. woningbouw
- Willem Goldschmidt, directeur HEMA te
Oldenzaal
presentatie: Gerrit Smienk, oud directeur Academie van Bouwkunst
Amsterdam
deelnemers: 80 personen
locatie: Cultureel Centrum De Hof
(Hofkerk) Hofmeijerstraat/Ganzenmarkt, Oldenzaal
Tweede avond: architectonisch
perspectief en interieurkwaliteit van de Ganzenmarkt in
Oldenzaal
inleiders:
- Endry van Velzen,
stedenbouwkundige De Nijl architecten, Rotterdam
- Theo Korstanje, ex
stedenbouwkundige gemeente Oldenzaal
- Anton Hinse, stedenbouwkundige
Zandvoort Ordening & Advies, Utrecht
- Hans de Gruil, stedenbouwkundige
gemeente Emmen
presentatie: Bob van der Vliet landschapsarchitect en
stedenbouwkundige Den Bosch
deelnemers: 110 personen
locatie: Cultureel
Centrum De Hof (Hofkerk) Hofmeijerstraat/Ganzenmarkt, Oldenzaal
Deze avond gaat over de traditie van het pleinontwerp, de historie
van Oldenzaal, het actuele gebruik - en de projectontwikkeling van de
Ganzenmarkt in de toekomst. De werkvorm is dat een referent zijn visie geeft en
dat een locale-coreferent daarop reageert en aanvult met een eigen
visie.
Gerrit Smienk, gespreksleider, complimenteert het architectuurcentrum
met de keuze van de prachtige locatie voor deze avond. Cultureel centrum de Hof
aan de Ganzenmarkt. Daarnaast vindt hij de evenementenreeks van het
Architectuurcentrum indrukwekkend.
Smienk heeft een eigen atelier voor
stedenbouw en landschapsarchitectuur en is daarnaast universitair docent
stedenbouw in Delft en voormalig directeur Academie voor Bouwkunst
Amsterdam..
De gemeente heeft plannen met de Ganzenmarkt. Kennelijk moet er
wat gebeuren. De avonden zullen een spectrum van mogelijkheden laten zien.
Het is een tijd van nadruk op steden. Mensen gaan anders naar steden kijken.
Er is een hang naar dichtbij, naar nostalgie. De inrichting van steden en de
ligging in het landschap wordt belangrijk.
Bob van der Vliet belicht de visie
op pleinen vanuit de (landschaps)architectuur. Hij laat met dia’s een
groot aantal Europese voorbeelden zien aan de hand waarvan hij zijn visie op
pleinen illustreert. Het gaat om de maat en schaal van pleinwanden. Het
doorlopen van stadsstraten over het plein. Een goede mix van functies en een
juist materiaal - en bomengebruik, trots van bevolking en grote investeringen in
aanleg en onderhoud.
Jan Oude-Nijhuis is amateur-historicus en licht de
doopzeel van Oldenzaal. Hij heeft zijn bevindingen vanuit archeologie en
historische kadasterinformatie op eigen kaarten gezet. Het laat een ontwikkeling
zien met een belangrijke rol voor de Immuniteit, de verdeling van de stad in
rotten(buurtschappen), van verschuivende grachten, opkomende en afgaande
verstedelijking. Ook de Ganzenmarkt blijkt verschillende malen verschoven te
zijn.
De beroemde kaart van Oldenzaal van Johan Blaeu uit
1626 blijkt maar een momentopname te zijn geweest. Er blijken tal van andere
kaarten te tekenen.
Henk van Zandvoort, projectontwikkelaar en directeur
Bouwfonds, vindt dat het goed gaat in Nederland. Hij onderscheidt 3 perioden
samenwerking tussen overheid en projectontwikkelaars. Tot 1990 was er sprake van
gescheiden zwemmen. Overheid maakte plannen, ontwikkelaars langs de kant. Tussen
1990 en 2000 was er sprake van gemengd zwemmen. De samenwerking ging niet van
harte. Nu is er de periode van harmonie en samenwerking. De mens staat centraal
en er wordt zorgvuldig omgegaan met onze cultuurhistorie.
Willem Goldschmidt
geeft zijn visie als ondernemer in Oldenzaal. Hij kijkt trots terug op wat er
met de juiste mensen tot stand is gebracht. Nu kijken wat er nog ontbreekt. Dat
is volgens hem het “opbergen” van auto’s en de
woonfunctie verder versterken.
Bob van der Vliet, referent.
Op zijn
bureau is veel ervaring met het ontwerpen van pleinen. Van der Vliet is
tuinarchitect en stedenbouwkundige.
Essentieel is dat de bevolking trots is
op haar plein en stad.
Om dit te bereiken moet veel huiswerk worden
gedaan.
Wat is een plein? Dia’s vertellen het verhaal.
Het
eigenlijke midden is leeg (het hart), de kwaliteit zit in de wanden. Die
wanden zou je moeten maken bij de Ganzenmarkt. Het is nu een
“gat”.
De interne oriëntatie van een stad komt voort uit de
straten. In het voorbeeld van Zundert eindigen de straten op het plein, vormen
het hoogtepunt van het plein, lopen in materiaalgebruik door over de
randen van het plein.
Vroeger was het gebruik en het programma van een
plein anders. Nu is het veelal parkeren en winkels. Je zou alles moeten vertalen
naar deze tijd. Een plein is niet alleen bestrating, het kan ook water zijn of
zand. Groen is ook een optie. Een plein moet gebruikt worden.
Er is een
landschappelijk aspect. De Plechhelmus met de Ganzenmarkt is het hoogste
punt van Oldenzaal en Oost-Twente. Die karakteristiek lijkt me
belangrijk.
Nederland doet anders dan andere landen. Dat is per land
verschillend. Zo kent Engeland veel groene pleinen. Wat is de cultuur? Daarop
moet je studeren. Een tuinarchitect wil de natuur dichterbij brengen, dat is de
beroepshouding. Dus ook in het centrum niet teveel afstand tot de natuur
veroorzaken, anders maakt het mensen ziek.
Eigenschappen van de plek zijn
bepalend voor het toe te passen materiaalgebruik.. Vertaling in hekken, beelden
etc. Wat wil Oldenzaal met dit plein? De locale situatie moet bepalend zijn voor
de inrichting van het plein. In Steenwijk ligt een mooi plein, lijkt enigszins
op de voorwaarden van Oldenzaal.
Ga voor het bestratingmateriaal proefstukken
maken. De inrichting is maatwerk voor bewoners, daarom moet je de gebruikers
erin kennen.
Oldenzaal kent zoals gezegd een gat in de bebouwing. Dat is
de Ganzenmarkt. Daar zijn zware middelen nodig. Er moet een decor worden gemaakt
want dat is er nu nog niet. Belangrijk hierbij is
-het historische
stratenpatroon eerbiedigen en hoogteverschillen uitbuiten
-het lichtniveau;
met extra licht op uitgaansavonden
-goede routing op het plein ten behoeve
van de warenmarkt; inbreng van de marktkooplieden is onontbeerlijk.
Enkele
hints:
Het is pas een plein als er eenheid is met de straten rondom, anders
is het geen plein.
Drie dingen zijn essentieel. De inrichting, de veiligheid
en schoonhouden.
Waarschuwing: Reclame verpest veel. De gemeente mag extreme
felle reclame niet toestaan. Zowel de commerciële zone op de begane grond
als de karakteristieke zone daarboven moeten een architectonische eenheid
blijven. Gebruik maken van materiaal dat in de omgeving hoort. Kunst is
belangrijk, het moet iets zijn wat de gebruikers leuk vinden, niet alleen de
ontwerpers. Een plein moet 's nachts veilig zijn. Het nachtbeeld is uiterst
belangrijk.
(Ondernemers kunnen subsidie krijgen voor verlichting vanuit hun
gevels)
De wijze van bestraten is een kostbare zaak. Het ligt tussen de
f250, - a f450,- per m2.
Geen geld, dan niet herinrichten! Kwaliteit en
duurzaamheid en zorgvuldig beheer zijn sleutelwoorden.
Natuur een kans geven
op het plein, daarmee wordt de stad en het plein samen een eenheid.
Jan Oude-Nijhuis, co-referent.
Bij al
de ideeën van de ontwerpers lijkt de historie teveel op de achtergrond te
raken. Ik doe een poging om de archeologie en de historie van Oldenzaal
wat bij elkaar te brengen.
Ik zie dat de gemeente Oldenzaal nog weinig
gebruik heeft gemaakt van goede historische kaarten bij haar
bestemmingsplan.
Ik neem een vertrekpunt omstreeks 700. Toen was er bewoning
in de Thij. In de buurt daarvan zijn ook oude grafvelden gevonden. Het
begon met een Hof als centrum van de gemeenschap. Omgeven met vlechtwerk, zaun
–tuin wiek. (Zie je nog in veel boerderijnamen) Er is een beek
tevoorschijn gekomen bij de bouw van de Vijfhoek en verbouw van het Agnes
Klooster. Hier nabij lag een Frankische hof. Een strategisch gelegen militair
steunpunt en missiecentrum. Aanvankelijk hoorde iedereen onder de Hof. Percelen
hofgrond waren in erfpacht bij burgers. Ze betaalden een jaarlijkse pacht (tijns
) aan de hofmeester.
De lijst van tijnspercelen is tot 1805 bewaard
gebleven! Een belangrijke bron van kadastrale informatie. Tot 1492 is te
traceren dat de stad in vieren gedeeld was en dat ieder deel bestond uit
tijnspercelen. De perceelsgrenzen zijn nog goed in de huidige situatie terug te
vinden.
De situatie van 1200 is zo goed mogelijk op kaart gezet en Oldenzaal
bestond uit twee helften met een as. De hofgrond en een burgerlijk gebied.
De hofgrond behelst het immuniteitsgebied (tijnsvrij) waar de geestelijken de
baas waren. Er lag ook een gracht omheen. Daarnaast lag het burgerlijke gebied
met de tijnspercelen. (De gracht loopt waarschijnlijk dwars over de huidige
Ganzenmarkt)
Later zijn deze twee gebieden aan elkaar gegroeid door het
handeldrijven waarmee de stad ontstond. Het Gildenhuis is waarschijnlijk het
oude stadhuis geweest.
Het geestelijk gebied werd in de stad opgenomen en
verdeeld in rotten (ca. 12 buurtschappen) Iedere Rotmeester was verantwoordelijk
voor zijn buurt.
Er zijn diverse malen restanten gevonden van grachten (o.a.
bij de uitbreiding van het raadhuis)
Op de kaart van 1830 is te zien dat een
kruising van 2 straatjes de oorsprong is van de Ganzenmarkt. Een lang klein
pleintje waar notabelen woonden.
De eerste grote ingreep is wellicht de
protestantse kerk aan het plein. Het plein werd steeds groter. Een van de
functies werd veemarkt en later ook de verkeersfunctie. De huidige Ganzenmarkt
is de oorspronkelijke markt niet meer. Ook ontbreken nu de harmonische gebouwen
van weleer en de plek is anders.
Kortom het is behoorlijk precies te
traceren hoe de occupatiegeschiedenis van Oldenzaal is geweest en de elementen
die er nog van over zijn. Bij het ontwerpen aan de Ganzenmarkt is dit materiaal
beschikbaar maar tot nu toe is het naar mijn mening te weinig gebruikt.
Henk van Zandvoort, referent.
Het
karakter van de avond is opvallend. Veel gevoel voor detail en cultuurhistorisch
besef.
Een projectontwikkelaar doet iets voor iemand en neemt
risico.
Drieluik gescheiden zwemmen. Voor 1990 sterke rol overheid.
Inrichting was daarvan sterk afhankelijk. Ontwikkelaar had niets in te brengen,
stond langs de kant.
Daarna 1990-2000 gingen gemeenten uit capaciteitsgebrek
stedenbouwkundige krachten inhuren. Er ontstonden projecten op fifty-fiftybasis
zoals Kattenbroek in Amersfoort. Visies van ontwikkelaars werden
gevraagd.
Toch ging dit niet altijd goed. In Helmond ligt een project met
veel leegstand. Teveel en niet de juiste woningen, geen goede ontsluiting met de
rest van de omgeving.
De periode nu kenmerkt zich door harmonie en
samenwerking. De mens staat centraal, oog voor historie en
detail.
Gezamenlijke processen en daarin de identiteit van een project in
opsporen. Gebruik maken van locale kennis en gebruiken.
Planprocessen
volwassen en gezamenlijk organiseren Het credo is “Alles in rust en
redelijkheid tot stand laten komen”. Gebruik makend van de locale kennis
en gebruiken. Doet dit met elkaar en haal niet alles uit het
buitenland.
Willem Goldschmidt Ondernemer,
directeur HEMA en voorzitter middenstandsvereniging Oldenzaal.
Vergelijkt
de ontwikkeling van Oldenzaal met een onderneming. Soms moet je remmen soms gas
geven. In 25 jaar is er veel ten goede gewijzigd. Dat kwam doordat er een lange
termijnvisie voor de stad lag. En het is gelukt omdat er goede mensen achter
zaten. Bij 30.000 mensen is de groei in Oldenzaal wel bereikt. Veel meer zal het
niet moeten worden. Voor grote ontwikkelingen is er geen draagvlak. Nu
auto’s opbergen en woonfunctie versterken. Het plein is in meerdere
handen gevallen van diverse ontwikkelaars. Dat is toch een bedreiging. Nu is er
de laatste gelegenheid om het goed te doen. Kijken wat er nog ontbreekt en daar
fors op investeren. Nu is er die laatste kans. Die komt niet weer.
Discussie
Gerrit Smienk: Waar moet
een plein aan voldoen?
Jan Oude Nijhuis: verder kijken dan het plein,
historische structuur breder oppakken.
Goldschmidt: de auto’s moeten
een plek krijgen.
Van Zandvoort: Overheid plus ontwikkelaar en vormgevers
moeten samen in een projectgroep een plan maken.
Spreker: Er is geen
Ganzenmarkt. Er is wel een bouwlocatie. Waar moet die bouwlocatie aan
voldoen?
Goldschmidt: Je moet daar dingen doen die anders nergens kunnen.
Bijvoorbeeld feest. Oldenzaal is een van de weinige steden waar dat kan.
Van
Zandvoort. Vroeger was de Markt exclusief. De plek waar we nu over spreken lag
buiten het centrum. Inderdaad een bouwlocatie. Maar vele mogelijkheden zijn
aanwezig. Vergroot de leefbaarheid door nieuwe elementen toe te voegen aan de
stad.
Spreker: Klinkt mooi “samenwerking”. Het startpunt is hier
anders dan wanneer het gaat om een specifieke functie.
Van Zandvoort: dan
moet je juist partijen uitzoeken die een passie hebben bij de Ganzenmarkt. Je
moet in ieder geval iets eigens inbrengen iets unieks. Haal eruit wat erin zit
en wees zuinig op de cultuurhistorische elementen.
Spreker 2: discussie is
niet zinvol. De plannen liggen er al. We zijn deze planfase al lang voorbij.
Smienk spreekt dit tegen.
Ton ter Ellen, inwoner. Er wordt de indruk gewekt
dat de Ganzenmarkt is verdwenen en dat er een nieuwe markt is ontstaan. De
ganzenmarkt is enkel verplaatst. De openheid van de Markt als plein is
goed. De rand moet meer “schwung” krijgen. Het is een goede
ontmoetingsplaats. Houdt hem open en doe het parkeren onder de grond. Doe dus
wat aan de rand en houdt het plein verder leeg.
Smienk. Maar het is nog
geen plein, wat is er aan de hand?
Van Vliet: Bij een plein moet je
investeren in de openbare ruimte en een kwaliteitsambitie aanwenden. Deze twee
vragen veel onderzoek. Voor Oldenzaal is dat nog niet gedaan. Ganzenmarkt in nu
nog een “gat” in plaats van een plein. Goed nadenken over de
vorm. Misschien moet je een stuk van het Stadhuis afbreken. Heb lef, neem risico
en het kost veel geld. Het gaat om de trots van de bevolking. Er lijken nu al
mensen gekwetst doordat burgers niet serieus genomen lijken te zijn. Gaan de
processen wel goed?
Er moet nog veel (ontwerpwerk) gebeuren. Kun je het niet
of wil je het financieel niet? Dat moet je voorlopig niets doen en alleen een
bomenplan maken. Afsluiting 22.15 uur
Deze avond gaat vooral over de stedenbouw, architectuur en inrichting van de
Ganzenmarkt.
Bob van der Vliet is voor deze avond gespreksleider.
Endry
van Vezen geeft als stedenbouwkundige van de Nijl architecten onbevangen zijn
visie op wat voor hem de uitgangspunten en bouwstenen zijn voor een toekomstige
Ganzenmarkt. Hij geeft in overweging een groene Cambridge-achtige oplossing te
kiezen. The Korstanje, voormalig Hoofd stedenbouw van Oldenzaal, reageert hierop
door te tonen dat er niet over een nacht ijs is gegaan. De keuzes hebben
allemaal maatschappelijk controleerbaar plaatsgevonden en zijn stevig onderbouwd
met instemming van meerdere deskundigen.
Anton Hinze van bureau Zandvoort
Ordening &Advies, opsteller van het ontwerpbestemmingsplan, legt uit wat hem
voor ogen staat en met welke 19e eeuwse beeldreferenties hij de planvorming van
wanden en plein wil begeleiden. Hans de Gruil, geestelijk vader van de
herinrichting van de Hengelose binnenstad en thans hoofd stedenbouw van Emmen,
regeert hierop door te pleiten voor een zeer hoogwaardig en eigentijds ontwerp
waarbij de Ganzenmarkt in twee pleindelen wordt ondergebracht en het pas daarna
pas in een bestemmingsplan te gieten. Hij vindt dat er veel meer maatschappelijk
debat over het ontwerp moet komen.
Endry van Velzen
Een kennisbron voor
mij is de visie van Aldo van Eyk “de stadskern als donor”. Het geeft
aan dat het historisch centrum de identiteit bepaald van een veel groter
gebied De andere identiteitsdrager is het landschap dat doordringt in de
stad,
Dit is een verhaal over ontwerp en geschiedenis. Dat is boeiend want
je kunt niet terug in de geschiedenis. De centrale vraag is; met welke delen van
de geschiedenis ga je door in het ontwerp.
De plattegrond laat zien dat de
kern Oldenzaal is omgeven door een groene ring. Het lijkt een idee dat later is
bedacht. De recente luchtfoto laat zien dat de binnenstad een aantal grote
projecten kent (winkelcentra Driehoek en Vijfhoek) De Ganzenmarkt lijkt als
laatste grote project overgebleven. Aan de groene ring is de laatste veertig
jaar volop gebouwd.
Ik maak een wandeling (dia’s) door
Oldenzaal.
Dia’s laten zien dat veel door elkaar staat. Parkeerplaats,
flat, groenstrook. Veel open verkeersruimte. Dan weer gesloten stadsbeelden met
nauwe straatjes en woonhuizen op winkels. Een grote schopping-mall (Driehoek)
die getracht is in te passen in kleinschalige structuur. Wisselende details soms
historisch soms modern.
Wat is er aan de hand? Het is oud. Kaarten laten
het zien. Bloeitijd middeleeuwen. Stadsrechten 1250. Brand, pest 80jarige
oorlog. Afbraak en opbouw. Oldenzaal lag in het grensgebied met de vijand los
van de andere Nederlandse steden. Rond 1600 is de stad zeer volgebouwd. Daarna
is de stad meer open komen te liggen. In 1830 is de gehele Zuidwesthoek groen.
Pas na 1870 vestigen zich grote instituten onder andere het Klooster en
het gasthuis. In 1915 nog steeds open met grote complexen. In 1950 blijft dat zo
ook zelfs het nieuwe raadhuis maakt hier niet echt een einde aan.
Oldenzaal
heeft in relatie tot de Ganzenmarkt dus 2 soorten geschiedenis. Gesloten stad
versus open groene stad, Beide opties zijn denkbaar! Vergelijk dit met Rome als
stad in verval waarop antieke ruines in de 18e en 19e eeuw parken verrezen. Ook
Cambrige en Oxford hebben groene ruimten zowel in de stad als eromheen. Grote
contrasten tussen het groen en de grote instituten.
De keuze voor de
Ganzenmarkt als een plein met gesloten wanden is niet vanzelfsprekend
Theo van Korstanje
Een forse
beleidsgeschiedenis ligt ten grondslag aan het ontwerpbestemmingsplan. Voor
Oldenzaal is het sluitstuk van de binnenstadsrenovatie.
Het planproces begint
in 1974 met de kaart van het structuurplan. De functies werden over de
binnenstad verdeeld. De keuze werd gemaakt om in de nieuwe woonwijken geen
voorzieningencentra in te richten maar gebruik te maken van de binnenstad. De
binnenstad werd verdeeld in functies winkelen, wonen, horeca. Dienstverlening en
verkeer. De
Ganzenmarkt werd bestemd als gebied zonder winkelfunctie; geen
detailhandel. Hier dienstverlening, instituten en wonen. De verwachting
bestond toen dat er veel meer kantoren in het centrum nodig zouden zijn. De
winkelfunctie werd toegekend aan de huidige winkelstraten. De markt kreeg een
horecafunctie. Als vervolg op het structuurplan werd, nu de functies bekend
waren, de noodzaak gevoeld meer in te gaan op de cultuurhistorische waarden van
het centrum.
In 79 werd geïnventariseerd wat de karakteristieken van
de binnenstad zijn. Ze gaven aan hoe invullingen moesten aansluiten.
Het plan van de vijfhoek uit 94 is bijvoorbeeld ook hierop geënt.
In 80
zijn de winkelstraten omgevormd tot stadserf. Ruggengraat voor herontwikkeling
centrum. Het sloot bij het historisch karakter aan. In 92 is het stadserf
opnieuw ingericht met handhaving van de historische kenmerken. Obstakels zijn
verwijderd en het zicht op de Plechhelmus is verbeterd. De nota structuur en
architectuur is opgesteld te begeleiding van de nieuwe stadserfinrichting. Het
geeft beleidslijnen aan voor perceellering, kavelgrootte, individuele
bebouwing kapvormen materialen en kleuren, het belicht kenmerken van specifieke
kwaliteiten van Oldenzaal.
Gekoppeld aan deze nota zijn de uitgangspunten
voor de Ganzenmarkt en Plechhelmusplein aan de gemeenteraad
voorgelegd.
-Spreiding planontwikkeling in de tijd, niet teveel van
hetzelfde
-Bewaren van ruimte voor grote festiviteiten
(carnaval)
-Forumfunctie binnenstad
-Ruimte voor kantoren
-Ontwikkeling
van 3 pleinen:
-geestelijk plein bij de
Plechhelmus
-Ganzenmarkt apart om parkeerdruk op te
vangen, mogelijk een parkeerkelder
-Kloosterplein, relatie
groen en scholen
De raad heeft echter besloten en stelt dat de bestaande
pleinen en open ruimten niet mogen worden aangetast! Het ontwerpbestemmingsplan
heeft dit uiteraard overgenomen. In haar detaillering zal de geleding in de drie
pleinonderdelen in details uitgedrukt worden. De grote lijn is dat het een grote
ruimte blijft.
Programmapunten zijn: de ruimte voor festiviteiten, weekmarkt,
uitbreiding van het raadhuis, ruimte voor bibliotheek, wonen, enige
horeca, en dienstverlening. Een doorgang ten zuiden van de gasthuisstraat.
De
commissie RO heeft de volgende uitgangspunten meegegeven om in het
bestemmingsplan op te nemen.
-als hoofdfunctie het wonen
-op de begane
grond in de westwand van de Ganzenmarkt publieksgerichte kantoorfuncties met
evt. een horecafunctie.
Onder de nieuwe bebouwing parkeren die in de eigen
behoefte voorziet
-in het plan onder de Ganzenmarkt mogelijkheden voor een
parkeergarage om voor het parkeren op het Plechhelmusplein een alternatief te
hebben
Ten aanzien van de vormgeving:
-beeldkwaliteitplan, en
referentiebeelden om op bestaande karakteristieken aan te sluiten
-indeling
Plechhelmusplein en Ganzenmarkt behouden voor markt, kermis en andere
evenementen
-goothoogte beneden goothoogte basiliek houden
-uitgaan van
instandhouding klooster en sloop beide scholen
-inpassing van een in
voorbereiding zijn bouwplan ter plekke van de Plechhelmus
-nog geen
gedetailleerd ontwerp voor de inrichting van het plein met bebouwing en
groen.
Procedure:
Het bestemmingsplan is begin 2000 vastgesteld. Het
is nog geen gedetailleerd ontwerp. Het gaat enkel om voorwaarden. Binnenkort
wordt gestart met de uitvoering. In dat verband worden de inrichtingsplannen
gemaakt. Ze zullen worden beïnvloed door het stedelijke
vernieuwingsplan 2000-2004 “Oldenzaal stuwwal en binnenstad”.
Daarin staan versterking van het leefklimaat, forumfunctie van de
binnenstad en verhoging van de kwaliteit van beeldbepalende openbare ruimten,
centraal. Ondergronds parkeren is nog in studie. De gemeente heeft zich gericht
op de garantie van kwaliteit door haar uitgangspunten te formuleren en het
proces in de hand te houden.
Anton Hinze
Historische lijnen zijn
belangrijk maar het gaat om de rol in
1 Kennis over de opbouw van de
stad
2 Hoe het verwerkt is in huidige ruimtelijke ordenings spelregels
3
Het denken over de openbare ruimte
Stedenbouwkundig benadering van Velzen
gericht op het onderscheiden van leegte en volte.
Ik heb een andere keuze
gemaakt. Op de oude kaarten is er een consistent stratenpatroon met huizen
eromheen. De laatste eeuw schaalvergroting.. Dia’s van de Paardenmarkt in
Delft geven aan dat het geven aan het beter is om in Oldenzaal over te gaan op
een kleinere schaal in ruimtelijke zin. Oldenzaal is per slot vrij
klein.
Kijkend naar de plattegrond is er grilligheid. Gesloten rondlopende
vorm en lijnen straalsgewijs naar buiten, Functionele tweedeling. Enerzijds
winkelcentrum anderzijds wonen en dienstverlening. Nieuwe structuur ingepast in
traditionele stedenbouwkundige ruimtes.
Ik heb gewerkt met de reeks
plein-hof-straat-steeg. De westzijde heeft nu een gesloten structuur waarbij
alles op de kerk is gericht..
Ik stel een toename van pleinsoorten voor.
Horecaplein, Plechhelmusplein, Ganzenmarkt. De laatste 2 zijn aan elkaar
gekoppeld als een geheel maar wel met een eigen herkenning ingepast in de schaal
van de functies.
Invulling architectuur.
Ik heb gewerkt met 2
samengestelde bouwblokken. De hoek op de overgang van Plechelmusplein en
Ganzenmarkt zie ik als markant punt in de ontwikkeling.
In het
bestemmingsplan geef ik aan terug te grijpen op het klassieke type
“stadshuis”. Voorbeelden van Rossie geven aan dat "hedendaags" kan,
en tegelijkertijd een historische dimensie kan geven.
Voorbeelden uit Delft
en Barcelona laten zien hoe een samengesteld blok werkt. De hoogte laat ik
vrij wel geef ik regels voor de afzonderlijke elementen van het bouwblok.. Het
“stadshuis is het belangrijkste gegeven. . Verticale architectuur
met een spel van ramen dus.
Referentie Bob van Reeth (Belgische
architect).
Inrichting openbare ruimte belangrijk. Bijv. niet teveel
lantaarnpalen. Structuur door bestrating. Schoonheid, eenheid, veiligheid staan
voorop. Straatmeubilair is iets wat in de 19e eeuw vanuit de flaneerparken is
overgewaaid.
Vroeger. Pomp, banken en verlichting
Nu minder traditioneel.
Veel “Tomadoeffect". Steden staan te vol met meubilair. Gelukkig laatste
jaren wat minder. Voorstander van eigentijds meubilair.
In het BP is de
mogelijkheid open gelaten voor een parkeergarage. Deze worden de laatste jaren
steeds mooier. Lichte strakke vormgeving met doorlopende mooie vloer. Uitdaging
voor de ganzenmarkt.
Hans de Gruil coreferent.
Pleidooi
om te kijken vanuit de ruimtelijke kwaliteit.
Dat bestaat uit een
belevingsaspect een functioneel aspect en een aspect van toekomstwaarde.
Met
name reageren op wat vandaag gezien wordt. Losraken van het verleden.
Stelling:
De stad wordt gemaakt door de “kwaliteit” van de
“openbare” “ruimte”. Daar heb je als overheid zelf greep
op. Niet alleen kijken naar deze drie individuele elementen maar ga het breed
zien. Waar komt de ontwerpopgave vandaan? In hoeverre is Oldenzaal voorbeeld
voor de rest van de pleinen in Twente. Wat is het doel/positie van Oldenzaal in
de Twentse steden?
Ik ken Oldenzaal van vroeger. Carnaval gaf het idee van
een bruisende stad! . Een Bourgondische cultuur. Ik heb daar vanavond
niets van gezien.
Maak een plein. Vraag wat wil je en welke
positie wil je innemen? Je moet daarvoor een totaalplan maken, een concept, en
dat vormgeven. “Achtererf van Oldenzaal” is iets anders dan het
sluitstuk van de binnenstadsrenovatie!
Hengelo is sinds 90 ingesteld op
een concept van ruimte en kwaliteit. Ontwikkelingen volgden elkaar daarna snel
op. De stad is een beetje chique geworden met mooie leegte en ruimte. Ook
Barcelona heeft mooie voorbeelden van de omslag van voormalige
industrieterreinen naar aangename pleinen.
Inrichting plein:
Ga in
materiaalkeuze onderscheid maken tussen Plechhelmusplein en Ganzenmarkt. Kerk en
Stadhuis staan “op” het plein, dat moet je meenemen. Het Stadhuis
haalt het niet bij de Plechelmus hoe ga je daar mee om? . Toen de Plechelmus
gebouwd werd gaf dit een schok. Waarom herhalen we dat niet? Heb lef.
Introduceer iets eigentijds, een nieuwsgolf. Wil Oldenzaal een slaapstad worden
of een toeristische trekpleister? Voorbeeld is Lissabon. Prachtige
natuursteenbestrating, mooie patronen. Dat geeft intensiteit. Speel ermee
en breng het in overeenstemming met de locale situatie. Meubilair, granieten
trottoirbanden, er is zoveel, ga een keuze maken en kies voor kwaliteit. Iets
eigens voor Oldenzaal. Ontwerp het bijvoorbeeld zelf. Je straalt dan uit wat je
wilt zijn.
Geef bijvoorbeeld aandacht aan de fabrieksperiode. Daar kun je
wat mee Bijvoorbeeld een park met water en fundamenten erin ter plekke van
de Ganzenmarkt.
Denk aan duurzaamheid en gebruik deze tijd.
Voorbeelden
uit Rotterdam en Gaudi Barcelona onderstrepen het betoog.
Discussie
Oude Nijhuis:
Wat heeft
Hinze met de geschiedenis van de Immuniteit gedaan, welke historie heeft hij
gebruikt?
Hinze:
Nadrukkelijk gekozen voor structuur op klassieke gronden.
Interpretatie vanuit ruimtelijke invalshoek, geen directe weg terug in de
geschiedenis.
Abels:
Gekozen voor zeer voorzichtige aanpak.
Compromisarchitectuur. We moeten er meer fantasie
inbrengen.
Korstanje:
Fantasie komt nog wel. Wanden zijn nu belangrijk.
Inrichting pleinen komt daarna aan de orde, zover zijn we nog
niet.
Spreker:
Het blijft een keus. Ga je uit van een open stadsbeeld
of van een gesloten beeld. Beide is historisch te motiveren. Simpele
oplossing is om een gebouw tussen beide pleinruimten te zetten.
Bob van der
Vliet:
Vraag aan van Velzen; zou je zelf met het plan uit de voeten kunnen
als ontwerper? (glimlach...) Het is geen slecht plan in zijn soort. Er is een
spanning beleid-ontwerp. Vanuit het ontwerp moet je misschien een wand
opschuiven.werken in een historische omgeving vraagt onderzoek naar
modellen.
De Gruil:
Niet starten met een bestemmingsplan! Maak eerst een
ontwerp, speel in op de eisen van deze tijd. Kijk wat de samenleving vraagt.
Niet voortborduren op een situatie uit ‘72 Straks staat het Stadhuis
knetterhard op het plein.Het komt er met het nieuwe bestemmingsplan niet beter
uit.
Abels:
Procedures leiden tot trieste gevallen. Het druist tegen de
werkelijkheid in. Hoe ziet een bestuurder dat? Als we niet zouden starten met
een bestemmingsplan.
Bestuurder:
Oldenzaal heeft het goed gedaan. Er is
meer dan architectuur, Bijvoorbeeld financiën. Dat vraagt om een
bestemmingsplan. Anders wordt het een oncontroleerbare boel.
De Gruil:
Wil
discussie aanzwengelen. Bestemmingsplan is een juridische stok achter de deur.
Maak eerst een nota van uitgangspunten. Art 19 kan ook hulp bieden. Het kan dus
wel, eerst ontwerpen en dan bestemmen.
Beerkens:
Het plan biedt een
handvat om de structuur in de hand te houden. Verplicht je om te vertellen wat
je met de structuur doet. Dus stelling nemen en profileren. Wat wil
je als bestuur hier gaan zeggen?
Bestuurder:
Geen zin om te verdedigen.
Het plan is goed doorgesproken. Inrichting komt nog wel. Er moet ook uitgewerkt
worden of er nog een parkeergarage moet komen.
Oldenzaal is een subregionale
kern met een functie voor het ommeland. We kiezen hier voor relatief
kleinschalige voorzieningen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Enschede.
Van
der Vliet:
Plannen van Oldenzaal zijn duidelijk. Deze avonden biedt ruimte
voor herbezinning.
Spreker: Hoe denkt het bestuur kwaliteit van architectuur
te kunnen garanderen als het bestemmingsplan al klaar is?
Andere
spreker:
Goede architectuur krijg je door goede partijen eraan te laten
werken. Stad/ontwikkelaar/ stedenbouwer/architecten. Zoek daarbij ook de
spanning op die jonge ontwerpers kunnen brengen.