
Gehouden op 4 en 5 juli 2001
Er staat veel op het spel. Bij de inrichting van Nederland is een aantal
clusters van steden te herkennen die in de toekomst zullen uitgroeien tot
netwerksteden. Één van die clusters is de rijgdraad gevormd door
de steden Almelo, Borne, Hengelo, Enschede en het Duitse Gronau. Er zal een
visie moeten worden ontwikkeld om te voorkomen dat er een wildgroei gaat
ontstaan in de interstedelijke gebieden. Het gevecht is begonnen en in de strijd
tussen de talloze belangen die in dit gebied spelen is het niet ondenkbaar dat
de emoties het gaan winnen van verstandelijk beleid die recht moet doet aan de
aard van het typisch Twentse landschap.
Het Architectuurcentrum Twente heeft een workshop georganiseerd waarin voor een
onderdeel van de Netwerkstad een plan wordt ontwikkeld waarin ruimte wordt
gegeven aan alle denkbare factoren die een rol spelen, kunnen spelen of moeten
spelen. Het gebied dat bij uitstek beïnvloed wordt door vele, en vaak
tegenstrijdige belangen is de driehoek gelegen tussen het Hart van Zuid in
Hengelo, de buurtschap Twekkelo en de cluster UT, Miracle Planet en het Science
Center in Enschede. Op uitnodiging van het Architectuurcentrum Twente hebben de
Delftse stedenbouwkundige Rein Geurtsen en zijn partner Simone Diegenbach na
zorgvuldige analyse en onderzoek een plan ontwikkeld. In het plan worden
mogelijke oplossingen aangedragen voor de aanwezige dilemma's ten aanzien van
infrastructuur, ontsluitingen, functionele belangen maar ook ruimte is gegeven
aan het landschappelijk potentieel van het gebied.
Het
Architectuurcentrum Twente beoogt met deze onafhankelijke planvorming meningen,
belangen en oordelen boven tafel te krijgen die moeten bijdragen aan een zo hoog
mogelijke kwaliteit van de toekomstige invulling van de Netwerkstad Twente.
De beelden hiernaast geven een presentatie van de
workshop.
Naar aanleiding van een concept ontworpen door de stedebouwkundigen Rein Geurtsen en Simone Diegenbach, de gespreksleider van deze middag was Jan de Ruiter, burgemeester van de gemeente Zevenaar.
Inleiding door de heer De Ruiter
De heer De Ruiter, oud wethouder van
de gemeente Almelo en momenteel burgemeester van Ze-venaar, heet de aanwezigen
welkom en constateert tot zijn spijt dat weinig bestuurders aanwezig zijn,
terwijl zij juist hun voordeel ermee zouden kunnen doen om vanuit de ervaring
van deskundigen ken-nis te nemen van de hier te presenteren
gedachteontwikkelingen en filosofieën. Vanmiddag wordt een visie gegeven op
de invulling van een specifiek onderdeel van de Netwerkstad Twente: de driehoek
Hart van Zuid in Hengelo, het buurtschap Twekkelo en de cluster UT, Miracle
Planet en Business & Science Park in Enschede. De heer De Ruiter
complimenteert het Architectuurcentrum Twente met de gekozen plek voor de
presentatie van de plannen, waardoor de deelnemers kennis hebben kunnen nemen
van de kwaliteit van dit gebied. Er is een grote kaart (4 x 4 m) gemaakt waarop
men (met sok-ken) mag lopen om de diverse onderdelen beter te bekijken. De
stedenbouwkundigen zullen de plan-nen toelichten, waarna er gelegenheid zal zijn
voor het stellen van vragen c.q. discussie.
Toelichting door de heer Geurtsen
De
heer Geurtsen merkt op dat al snel duidelijk was dat er voor het betreffende
gebied eigenlijk nog geen goede kaart aanwezig was, een kaart die bijvoorbeeld
ook wat meer van het landschap laat zien. Om meer duidelijkheid te geven is nu
een kaart gemaakt van 4 x 4 m. Het pleidooi van de steden-bouwkundigen voor het
gebied:
1. Broekzakplanologie: door mensen die het gebied kennen als hun broekzak. Dit moet heel ver gaan omdat er zoveel lagen zijn van kennis en inzicht in dit gebied. Hierbij hoort het opzetten van een planlaboratorium in bijvoorbeeld de Storkfabriek met een kaart met een schaal van 1 : 1000, waarop huizen gezet kunnen worden waarmee geschoven kan worden en waarop gelopen kan worden. Deze regio heeft heel veel kansen, deze moeten benut worden en via een grote maquette van 20 x 20 m zichtbaar worden gemaakt.
2. Netwerkstad oké, maar niet als model volgens de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Dat model gaat alleen over Almelo, Borne, Hengelo en Enschede, maar gesproken moet worden over het gehele stedelijk gebied Twente. Deze regio heeft enorme kansen, er zou van Oldenzaal naar Haaksbergen een immense groene as te creëren zijn, die de ruggengraat vormt van de netwerk-stad. In het kader van pleidooi 2 past ook euregionaal denken: het vliegveld zou weg kunnen, 60 km naar het oosten ligt immers een vliegveld voor burgerluchtvaart. De vraag is of vliegveld Twen-te nog een militaire functie houdt, het geheel moet wel passen in de groene as. Grootschalige lo-gistieke terreinen zouden ook over de grens gesitueerd kunnen worden.
3. Ga anders om met het tussengebied, de IGS-kaart lijkt “slagveld-planologie”: een slagveld tussen twee steden (Enschede-Hengelo) met een bizar lopende gemeentegrens. Probeer in het planlabo-ratorium een strategie te ontwikkelen waardoor één groot landschapspark ontstaat als een soort kroondomein van de stedelijke regio. Als voorbeeld wordt genoemd het gebied tussen Leiden en Den Haag, geconserveerd door de koninklijke familie. Op de 4 x 4 m maquette van vandaag is veel aandacht uitgegaan naar een aantal thema’s, o.a. de A35 die getekend is alsof het een stadsmuur is, niet realistisch in het kader van de ontwikkeling van stedelijke druk. Van een aantal gebieden zouden landschappen gehandhaafd moeten worden, zoals de Usseler Es. Ook heel be-langrijk is de groene wig bij het Wooldrikspark. Er zullen gebieden zijn waar de stad over de A35 heen gaat, zoals bij de nieuwe Grolsch-fabrieken ongetwijfeld gaat gebeuren. Twekkelo zal veilig gesteld moeten worden als duurzaam landschappelijk gebied, waar wel meer water gecreëerd kan worden. Er zal gezorgd moeten worden voor een betere bereikbaarheid vanuit het zuiden. Ge-dacht zou kunnen worden aan een nieuwe tangent, meer als park (“parkway”) neergelegd, die het landschap scheidt van de stedelijke band. Het gebied Twekkelo zou hierdoor verkeersvrij gemaakt kunnen worden. In de nieuwe visie zou langs het kanaal heel goed een gemengd woon-/werkgebied gemaakt kunnen worden.
4. Ervan uitgaande dat op termijn het spoortransport van Akzo verdwijnt komt een
groot gebied vrij voor herontwikkeling van hoogwaardige bedrijvigheid. In het
gebied waar verzakkingen kunnen optreden t.g.v. zoutboringen zou op een meer
natuurlijke manier (o.a. via beken) gezorgd kunnen worden voor een permanent
wateroppervlak, waarop drijvende huizen gebouwd worden. Zo kan een groot patroon
van meren ontstaan, waarbij de bewoners helpen bij het instandhouden van de
duurzaamheid van het gebied. Middenin dit merengebied kan op de plek van de
Boeldershoek een windmolenpark worden ingericht. M.b.t. de ontsluiting van het
Hart van Zuid wordt gedacht aan een aftakking vanaf de A35.
Toelichting door Simone
Diegenbach
Mevrouw Diegenbach geeft aan de hand van de kaart een meer
gedetailleerde toelichting op boven-genoemde plannen. Langs de snelweg, waar
drie knooppunten op aansluiten, loopt een beek. Bedrij-ven zullen zo geplaatst
moeten worden dat er een stadsrand ontstaat met een meer natuurlijke vorm dan nu
het geval is. Gedacht moet worden aan aanleg van veel groen (bosjes). Op de
plaats van de nieuwbouw van Grolsch zal de bekenstructuur ook duidelijk gemaakt
moeten worden. Ten zuiden van Hengelo is een nieuwe woonwijk aangegeven, waarbij
het huidige karakter van langwerpige straten gehandhaafd dient te worden. Het
kanaal wordt in de nieuwe visie verbreed, met hier en daar eilanden waarop
bebouwing zou kunnen plaatshebben. Zo ontstaat een groenstrook die via het
Volkspark door-loopt naar het centrum van Enschede. Het vliegveld ten slotte zou
gebruikt kunnen worden als groot-schalig bedrijventerrein, met allemaal
“kamers” van bos waarbinnen de bedrijven een plek zouden kunnen
krijgen. Het middengebied tussen de steden zal zo ingericht moeten worden dat
het een dui-delijke recreatieve functie krijgt voor de omliggende steden en
kleinere kernen.
Samenvatting reacties
• De heer
Kees Kloosterman, landschapsarchitect spreekt de hier gepresenteerde filosofie
zeer aan, maar hij mist een aantal zaken m.n. met betrekking tot het landelijk
gebied. Het is van essen-tieel belang dat hier meer aandacht voor komt. Het idee
van meer water in het gebied zal subtieler uitgevoerd moeten worden, van
oorsprong is hier niet zoveel water omdat het gebied op een berg ligt.
• De heer Frits Logger, ambtenaar gemeente Hengelo, is van mening dat
je inderdaad iets krachtigs moet doen om de mensen van de netwerkstad
enthousiast te maken en af te laten stappen van de gelegenheidsplanologie van in
dit geval twee gemeenten. In dat kader zou je je kunnen afvragen waarom het
kanaal niet afgegraven kan worden om er een woongebied van te maken.
•
De heer Heeringa, CDA Enschede, vindt het verfrissende van de plannen dat deze
uitgaan van groei van de steden en dat naar mogelijkheden gezocht wordt.
Uitbreiding over de A35 heen is een moeizaam onderwerp, evenals industrie op de
plek van het vliegveld, waarop ongetwijfeld be-zwaren verwacht kunnen worden. De
heer De Ruiter acht dit wellicht een goede reden om te plei-ten voor
bestuurlijke aansturing van grensoverschrijdende invulling van het
gebied.
• De heer Abels, architect, zou graag zien dat de besturen van
Enschede en Hengelo de hier ge-presenteerde kaart zullen gaan
hanteren.
• Mevrouw Aalbers van bureau Alterra, dat Enschede en Hengelo
ondersteunt bij de ontwikkeling van het middengebied, wijst erop dat duidelijk
moet zijn welke afwegingen de besturen willen ma-ken bij het maken van een
bepaalde keuze voor de invulling van een gebied. Wil je bijvoorbeeld een bepaald
deel erg groen houden, welke consequentie heeft dat dan elders? Er zal een
af-stemming van de diverse plannen binnen de netwerkstad moeten plaatshebben,
waarbij alle ni-veaus relevant zijn.
• De heer Boshardt, Provinciale
Staten van Overijssel, meldt dat via provinciaal beleid in het Streekplan reeds
allerlei zaken zijn vastgelegd voor de komende 15 jaar. In dat kader zijn ook
duidelijk grenzen aangegeven en past geen nieuwe bebouwing in het groen. Een
reactie van een van de aanwezigen: een wijziging in plannen moet mogelijk zijn,
als het gaat om toegankelijk ma-ken van de kwaliteit van het
landschap.
• De heer André Bijkerk, landschapsarchitect en
bewoner van het gebied, vindt de geheel nieuwe insteek van vandaag heel
verfrissend, maar heeft in algemene zin moeite met de verweving van de diverse
voorstellen in het landschap.
• De heer J. de Boer, belangstellende
niet namens een bepaalde organisatie, vraagt zich af of alles wat paars is
weergegeven op de kaart duidt op bebouwing tussen Enschede en Hengelo, waarop de
heer Geurtsen antwoordt dat het enerzijds een project van cultuurhistorisch
herstel betreft en anderzijds een verbetering van de bereikbaarheid van het
gebied. De doelstelling is zeker niet om de steden aan elkaar te laten
groeien.
• Sjoerd Cusveller, stedenbouwkundige, vindt het
planlaboratorium een goed idee om direct te zien wat wel en niet mogelijk is in
het gebied. De vraag is echter welke motor het geheel draaiende moet houden.
Geopperd wordt dat het plan zelf, dan wel het stedelijk gebied de motor moet
zijn. De regio bezit voldoende dynamiek voor een combinatie van recreatie en
stedelijkheid. Zonder groen gebied kan het stedelijk gebied niet goed
functioneren. Mevrouw Aalbers voegt hieraan toe dat gezocht moet worden naar een
economische invulling van het landelijk gebied, eventueel via fondsen, zodat dat
kan blijven bestaan.
• De heer Wil Bohnen, projectorganisatie
Netwerkstad: om vorm en inhoud te geven aan de net-werkstad dienen gemeenten,
regio en Provincie gezamenlijk te participeren in een ruimtelijk ont-werp en
vorm te geven aan de samenwerking d.m.v. de inhoud. De resultaten kunnen dan in
Den Haag worden gepresenteerd. De heer Scholte Lubberdink vult aan dat een
eerste gesprek met de heer Pronk heeft plaats gehad en dat de ideeën
omtrent de ontwikkeling van deze regio nader be-sproken zullen worden in een
vervolg gesprek rond eind september.
• Mevrouw Corine Zwart,
landschapsarchitect bureau Zandvoort, ziet duidelijke lijnen in het land-schap.
De beken zijn smal en lopen oost-west, er zou gezocht moeten worden in
noord-zuid rich-ting om een netwerk te krijgen van overdwarse groene dragers. Op
de kaart dienen basiskwalitei-ten te worden vastgelegd, van waaruit verder
gewerkt kan worden.
Sluiting
De heer De Ruiter sluit af
met de conclusie dat het voorstel om een planlaboratorium in te richten een
concrete aanzet kan zijn om meer duidelijkheid te scheppen. De bedoelde grote
maquette kan goed gebruikt worden als werkinstrumentarium. Er zal niet meer
gediscussieerd moeten worden over wat de motor is van het geheel, maar eerder
zal gekeken moeten worden wie de motor tegenhoudt.
Van deze bijeenkomst wordt
een verslag gemaakt; tevens zal via internet informatie uit de workshops
verkregen kunnen worden.
De heer De Ruiter dankt de medewerkers van het
Architectuurcentrum Twente voor de goede organi-satie van de bijeenkomst en
sluit om 16.00 uur het formele gedeelte af.