
Gehouden van 28 augustus t/m 22 september 2004
De deelnemers zijn geselecteerd uit de kunstacademies van Arnhem, Enschede en
Kampen, de academie voor bouwkunst te Arnhem (ABA) en de TU-Delft. Machiel
Spaan, onderwijscoördinator Academie voor Bouwkunst te Arnhem, heeft op 28
augustus de expositie geopend.
Geslaagd ontwerp?
Wanneer is een
ontwerp geslaagd? Als je er een diploma voor krijgt? Als het ontwerp in de
krant komt? Als het op een tentoonstelling staat? Als de ontwikkelaar of de
galeriehouder het mooi vindt? Of als de meerderheid van Nederland het wel leuk
vindt? Ik moest bij deze vragen denken aan een televisie-interview met Karel
Appel vanuit zijn Parijse atelier dat ik een aantal jaren geleden zag. Karel
Appel vertelde over het schilderproces. Over hoe hij na een dag werken
gefrustreerd naar huis ging omdat het maar niet wilde lukken en over hoe hij de
volgende ochtend met een kan koffie uren naar hetzelfde doek staarde, mijmerde
en nadacht om vervolgens te constateren dat het zo goed en dus af was.
Beeldenpartituur
In het huidige media en beeldentijdperk is de
verleiding groot te doen wat de wereld van je verwacht. Steeds meer wordt het
ontwerpvak een vak van mooie plaatjes. De computer genereert het ene droombeeld
na het andere. Al deze ontelbare beelden overspoelen ons wereldbeeld dat
verwordt tot een oppervlakkige beeldenpartituur. Het uitdragen van een beeld
lijkt belangrijker geworden dan de verdieping en de bezinning. We zijn geneigd
alleen naar het beeld te kijken: ziet het er mooi uit? Wat zullen mijn
collega’s ervan vinden? Kan het wel gepubliceerd worden?
Als ontwerper
moet je verder kijken. Van belang is het beschouwen en analyseren van het
ontwerp. De student moet gestimuleerd worden in zichzelf te kruipen en zichzelf
te ontdekken. Wat heb ik nu eigenlijk gemaakt? Wat zit erachter? Hoe kan ik dit
nog verbeteren?
Hiervoor moet tijd en ruimte zijn in het onderwijs. De
huidige schaalvergrotingen en tijdslimieten maken dit niet altijd eenvoudig.
Het onderwijs draagt steeds meer een harnas waarin iedere beweging pijn doet.
Alles wordt uitgelegd in contacturen en prestatieschemas. Dit is een
schadelijke ontwikkeling.
De veranderende wereld
De wereld
veranderd. Hier kunnen we niet omheen. Het is zeker tijdens je studie
belangrijk om hierop te reageren. De meeste hervormingen beginnen tenslotte met
studentenprotesten! De student is fris, jong en ongebonden. De student dient
zich bewust te zijn van de wereld waarin hij staat en hij dient hierin zijn
eigen standpunten te bepalen. Afstudeeropgaven bevatten bij voorkeur vragen die
voor de maatschappij relevant en aktueel zijn: hoe reageren we op de
groeiende mobiliteit? Wat doen we met ontwikkelingen op het platte land? Welke
gevolgen heeft het wassende water voor de architectuur? Waarom krijgt iedere
Nederlander hetzelfde huis?
De drie plannen uit Arnhem die hier
tentoongesteld zijn, gaan alledrie over aktuele, voor de maatschappij relevante
thema’s, toevalligerwijs op drie verschillende schaalniveaus:
Het
eerste plan probeert een antwoord te vinden op de verschaling van de
woningbouw. Het interieur van ieder huis is gelijk en wordt bepaald door de
bouwmaterialenhandel en Ikea. Hoe kun je denkend vanuit het interieur en het
individu tot nieuwe ruimtelijke kwaliteiten komen? Het tweede plan probeert de
steeds maar groeiende infrastuktuur te benutten. aan een knooppunt van
snelwegen nabij Arnhem wordt een recreatief gebouwencomplex toegevoegd, dat
reageert op de snelwegen. Het derde plan gaat in op de overloopgebieden ten
behoeve van het overvloedige rivierwater. Kun je in deze gebieden komen tot een
nieuw type woning en een nieuwe architectuur?
De topsporter
In ieder ontwerpproces speelt het persoonlijke
onderzoek en experiment een belangrijke rol. De ontwerper als een
ontdekkingsreiziger vol zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen doelbewust op
zoek naar het ultieme. Een innerlijke behoefte om de diepte in te gaan wars van
mode en vermeende artisticiteit. Het steeds weer leeg maken van je hoofd. Het
uit elkaar halen van de dingen en ze weer opnieuw in elkaar zetten. De
verwondering om een toevallige ontdekking.
Bij iedere opgave mag de
ontwerper weer boven zichzelf uitstijgen. Bij ieder ontwerp moet er weer
verwondering zijn. Anders wordt het ontwerpen een truc. Dit vergt
uithoudingsvermogen en concentratie. Ontwerpen is topsport!
Een link
naar de olympische spelen is nu gemakkelijk gemaakt. De legendarische
poolstokhoogspringen Sergey Bubka vertelde over zijn wereldrecords. Jarenlang
sprong hij heel gediciplineerd en gedoseerd steeds weer een centimeter hoger.
Niet geforceerd in een keer 10 centimeter extra. Iets dat hij naar eigen zeggen
misschien wel had gekund. Op deze manier kon hij blijven groeien. Ieder
wereldrecord leverde hem trouwens wel een flinke premie op.
Geslaagd ontwerp!
Terug naar de vraag. Een
ontwerp is wat mij betreft pas geslaagd als de student tijdens zijn studie heeft
geleerd zijn eigen ontwerp te ondervragen en hierdoor de grenzen van zijn kunnen
heeft opgezocht. Een geslaagd ontwerp bevat een kritische houding en een
persoonlijk statement, waar de ontwerper met hart en ziel achter staat. Een
geslaagd ontwerp eindigt na nauwkeurige beschouwing door de maker met, zoals
Karel Appel in volle overtuiging zei: “Ja zo is het goed, nu is het
af!”
Wat betreft de plannen van de Academie van Bouwkunst durf ik
te beweren dat ze geslaagd zijn. Ze geven alledrie een fris en persoonlijk
antwoord op aktuele vragen. De ontwerpers hebben zich diep in de materie
ingegraven en hebben zich steeds weer afgevraagd waar het hen om gaat. Wat is
de essentie van mijn opgave en hoe haal ik er het maximale uit?
Wat betreft
de overige tentoongestelde afstudeerplannen van de andere opleidingen het
volgende. Deze zijn voor mij nieuw. Ik zou geen recht aan de plannen doen om
daar nu al een oordeel over te vormen. Maar een vluchtige blik maakt mij
nieuwsgierig. Het is tijd om ze samen te doorgronden.
Dank voor jullie
aandacht!
HKA, Arnhem:
Annet Naugebauer, Arnhem; Gerhard Franken, Arnhem; Suzanne Poort &
Janske Megens, Nijmegen; Gijs Kaayk, Tiel
Academie voor Bouwkunst, Arnhem:
Nathalie Groot Kormelink, Enschede; Fenke Schwan,
Arnhem; Karen Hoorn, Arnhem; Jan de Vries, Arnhem; Ab Hans, Arnhem
AKI, Enschede:
Diederick Schneemann,
Enschede; Leonie Brinks, Enschede; Leontien Wiehink, Enschede
Kunstacademie, Kampen:
Jeroen Molenaar, Zwolle; Rob ten Napel, Kampen; Rogier Dikker, Doetinchem;
Marianne Wessels, Elsen; Ellis de Lange, Kampen
TU Delft:
Robbert ten Dam,
Hengevelde
HKU, Utrecht:
Bram
de Groot, Utrecht
TU
Eindhoven:
Alide Klein Elhorst, Eindhoven
Locatie:
Kunstvereniging Diepenheim te Diepenheim
Bezoekers: ruim 300 personen hebben
de tentoonstelling bezocht