
Gehouden op 14 mei 2004
De heer Peter van Roosmalen opent het symposium en heet de aanwezigen welkom
namens het Architec-tuurcentrum Twente. Een van de doelstellingen van het
Architectuurcentrum Twente is om architectuur in het algemeen dichter bij te
brengen voor een groter publiek op een onafhankelijke manier.
Het
symposium is mogelijk gemaakt door tal van bedrijven en organisaties in
Twente.
Tijdens het symposium worden de welstandsnota’s en de
daarbij gehanteerde toetsingscriteria van twee steden en twee dorpen met elkaar
vergeleken. De doelstelling daarbij is het opsporen van verschillen tussen de
welstandsnota’s in Twente.
door de heer Guus Geerdink, Het
Oversticht
Het ontstaan van de welstandsnota ligt in de
gewijzigde Woningwet per 1 januari 2003. In de welstandsnota komen onder andere
aan de orde de invoering van lichte en reguliere vergunningen, verruiming van
vergun-ningvrij bouwen en het professionaliseren van het
welstandstoezicht.
Het huidige welstandstoezicht is te weinig
transparant, te zwaarwegend en sluit onvoldoende aan bij politiek en
maatschappij. De volgende doelstellingen zijn geformuleerd ter verbetering:
meer in de openbaarheid treden, beter toetsbaar en transparanter maken.
Genoemde doelstellingen worden geëffectueerd door de reikwijdte van het
toezicht vast te stellen en door de nota in gemeenteraden via
inspraakverordeningen vast te stellen. Er zijn verplichte criteria opgesteld,
de functie van stadsbouwmeester is in veel gemeenten al geïntroduceerd en
er is een openbaarheidplicht.
De Welstandscommissie, die het toezicht op het
beleid houdt, is benoemd door de gemeenteraad. De com-missie functioneert
onafhankelijke en is deskundig. Advisering vindt plaats op grond van
vastgestelde crite-ria (art. 12 lid 1 en art. 12b lig 1 WW). Zij leggen
verantwoording af aan de gemeenteraad in een jaarverslag.
Het nieuw
welstandsbeleid is openbaar, de sturing ervan is landelijk geregeld. Daarbij is
er geen sprake van uniformiteit, wel van een gemeenschappelijke
basis.
Het beleid is gebieds- en objectgericht en wordt
geëffectueerd door:
• Inventarisatie en
beschrijving van deelgebieden.
• Waardebepaling van
cultuurhistorie, stedenbouw en architectuur.
•
Invulling en ontwikkeling van gemeentelijke
deelgebieden.
• Beleidskeuzes met betrekking tot
toetsing van welstandsregimes.
Er wordt bij het beoordelen gebruik
gemaakt van algemene criteria, maar ook van gebiedsgerichte
beoorde-lingskaders, beoordelingskaders voor specifieke typen bouwwerken of
voor grote ontwikkelingsprojecten zoals het “Hart van Zuid (Hengelo) en
G.J. van Heekplein (Enschede)
De rol van Het Oversticht is onder andere
het verzorgen van het welstandsbeleid voor 26 Overijsselse gemeenten. Daartoe
worden regionale bijeenkomsten en workshops georganiseerd voor ambtenaren en
bestuurders.
De opgedane kennis en informatie die ontstaan is bij de
pilotgemeente Hardenberg, kan zeker van dienst zijn voor de andere
gemeenten.
Het Oversticht heeft een ondersteunende rol en wil hulp bieden
bij het opzetten van processen.
De welstandsnota is een uniek document,
dat een volledige beschrijving biedt van het grondgebied van een gemeente, in
woord en beeld. Doordat gemeenteraden de welstandsnota vaststellen ontstaat een
breed draagvlak. Vanwege de openbaarheid wordt de maatschappelijke betrokkenheid
vergroot.
door de heer Pepijn Godefroy, bureau
La4sale
Bij het tot stand komen van een welstandsnota voor
Enschede, en het bepalen van identiteit is gekeken naar een typisch Enschedese
systematiek. Daarbij is gebruik gemaakt van veldfoto’s,
luchtfoto’s, kaarten en naar historische en thematische
lagenstudie.
De textielindustrie heeft in de geschiedenis van Enschede een
belangrijke rol gespeeld. En heeft daarom ook een duidelijk stempel op de stad
gezet.
Het stadsbeeld van vroeger laat ten opzichte van het beeld van nu een
groot verschil zien. Daarbij valt bij-voorbeeld op dat het straatbeeld vroeger
rustiger was dan tegenwoordig door de inrichting van de straten.
Het
wegennet is in de binnenstad door de jaren heen nauwelijks veranderd.
Het
karakter van de bebouwing binnen de ring om het centrum is door de menging van
oude en nieuwe gebouwen toch een homogeen geheel.
De wijk Hogeland is
door LA4sale uitgekozen als pilotgebied. Deze wijk laat straatbeelden zien van
verschil-lende leeftijden, maar juist door de vermenging van oude en nieuwe
bouwwerken ontstaat een eenheid. Doordat er bouwwerken wegvallen (door
bijvoorbeeld brand) en er nieuwe verrijzen ondergaat de structuur van een wijk
een zekere transformatie. Hierdoor wordt de stad eigenlijk voortdurend op
onderdelen “gerepa-reerd”.
De welstandsnota van de Gemeente
Enschede bestaat uit een algemene brochure, een welstandskaart, 21
categoriebrochures en 6 sneltoetsbrochures.
De categoriebrochure bevat
criteria voor toetsing en aanbevelingen. De sneltoetsbrochures bevatten de
voorwaarden die gesteld worden bij licht-vergunningsplichtige bouwwerken, zoals
bijvoorbeeld het plaatsen van een dakkapel of schotelantenne.
Bij
gebruikmaking van de sneltoetsmogelijkheid is een vergunning sneller
beschikbaar. Maar meer vrijheid geeft het niet.
In het stadsbeeld van
Enschede’s centrum vallen zowel grootstedelijke aspecten (het historisch
hart naast het nieuwe stadshart) als dorpse linten (lange voormalige landwegen
uitgegroeid tot lange linten met aan-eengeregen verschillende huizen met een
dorps karakter). Verschillende identiteiten lopen door elkaar. In Enschede is
geen gebied te vinden waarvoor één bepaalde identiteit is aan te
wijzen.
Er is voortdurend controle op de welstand: wat is belangrijk om te
behouden voor een karakteristiek En-schede’s stadsbeeld. Bijzondere
kenmerken van de stad moeten behouden blijven.
Daarbij zijn stijl en
esthetica niet altijd doorslaggevend. Ook bijvoorbeeld historie speelt een
rol.
De welstandsnota voor Enschede geeft op onderdelen ruimte voor
transformatie en vernieuwing, experiment en eigentijdsheid. Coherentie is een
belangrijke voorwaarde. Er worden duidelijke kwaliteitseisen aan de welstand
gesteld.
door mevrouw Karin Korten, Gemeente
Almelo
De Welstandsnota Almelo is samengesteld door een
projectgroep samengesteld uit stedenbouwkundige en bestuursjuridische
ambtenaren, een rayonarchitect van Het Oversticht. Verder was bij de
totstandkoming van de nota een adviesgroep betrokken waarin o.a.
landschapsarchitectenbureau La4sale, en een klank-bordgroep waarin
maatschappelijke organisaties participeerden.
De nota laat zien welke
karakteristieke onderdelen Almelo heeft met betrekking tot ruimte en
identiteit. Bij-voorbeeld de vlinderstructuur (met groene longen), de
waterstructuur, de dorpse linten en de aanlooproutes.
Verder heeft men
gekeken naar de ontwikkeling van de stad in de afgelopen 400 jaar. Pas in de
afgelopen 70 jaar hebben zich belangrijke ontwikkelingen
voorgedaan.
Kenmerkend voor het centrum van Almelo zijn onder andere Huize
Almelo, de kerkgebouwen en de Gro-testraat. Verder is de aanleg van het
Almelo-Nordhornkanaal belangrijk geweest voor de (industriële)
ont-wikkeling van Almelo.
De lintstructuur is in Almelo goed herkenbaar
alsook het stadscentrum en grootschalige ontwikkelingen aan de rand van de
stad.
De conclusie van de welstandsnota is globaal dat Almelo een heterogene
stad is. Er wordt ruimte gegeven en regie geboden op ontwikkeling. Regelgeving
fungeert daarbij als informatiebron. Door de nota wordt dui-delijkheid geboden
aan zowel burgers als ontwikkelaars.
Wil men de linten behouden dan is
verticale geleding en een goede relatie met de straat onmisbaar en af-wisseling
in bebouwing (laag en hoog). Linten als vestigingsplaats voor bewoners en
ondernemers. Ontwik-keling is belangrijk voor een goede
welstand.
Kenmerken voor de categorie stadse villa’s zijn een
riante en individuele opzet, exclusiviteit door hoge archi-tectonische
kwaliteit, een representatieve uitstraling en oriëntatie op de
straat.
Een belangrijk kenmerk in het stadsgezicht van het centrum van
Almelo is de bibliotheek.
Door Wethouder de heer Guido Weber, Gemeente
Hengelo
Hengeloërs zijn trots op hun stad. Ondanks dat het
centrum van de stad een rommelige indruk maakt als het gaat om architectuur. De
oorzaak voor het rommelige effect is het feit dat Hengelo veel
wederopbouwarchi-tectuur heeft vanwege bombardementen in de Tweede
Oorlog.
De Hengeloër waardeert in zijn stad vooral het
marktplein.
Hengelo is een stad van metaalindustrie. De oorsprong van de
metaalindustrie ligt echter in de textielindu-strie. Wolter ten Cate, een van de
grondleggers van de textielindustrie, heeft een groot stempel op de stad gedrukt
in de 19e eeuw.
Naast het industriële kenmerkt Hengelo zich ook door
onderwijs. Grote bedrijven als Stork ontwikkelden intern opleidingen.
Naast
onderwijs had Stork nog een andere filosofie, namelijk goede woningen voor de
werknemers bouwen om de arbeidsprestaties van de werknemers te verhogen. De
wijk Tuindorp is daarom gebouwd, met duide-lijke Engelse landschapsinvloeden en
is nu een wijk met een beschermd stadsgezicht.
De gemeenteraad van
Hengelo heeft de Welstandsnota, die uit oogpunt van kostenbeheersing is
uitgevoerd in zwart-wit, aangenaam verrast ontvangen. Vooral waardeert men de
beoordeling van architecten op de stad en de waardering van de inwoners.
Men
gaat ervan uit dat de welstandsnota een belangrijke rol speelt in het hele
proces. De in eigen beheer tot stand gekomen nota wordt binnen enkele weken in
de raad behandeld en zal ongetwijfeld een belangrijk instrument zijn om mee te
werken.
Door de heer Bert Velthuis, bureau
BRO.
Een van de doelstellingen van de gemeente Borne is er voor
te zorgen dat nieuw te bouwen gebouwen pas-sen bij het karakter en de kwaliteit
van een bepaald gebied. Daarbij let men op bijvoorbeeld de kleur verf, de gevel
en andere details.
De welstandsnota van de gemeente Borne is een beheersplan
dat wordt gebruikt bij het ontwikkelen van nieuwe uitleggebieden als de Bornse
Maten en Veldkamp.
De nota is opgesteld volgens de methode van bureau BRO,
die al 55 welstandsnota’s op zijn naam heeft staan. In Overrijsel
bijvoorbeeld de gemeenten Dinkelland en Olst-Wijhe.
Bij het
totstandkomen van de nota heeft men gekeken naar de functie, de
ontstaansgeschiedenis, de ruimte-lijke verschijningsvorm en de kenmerken van
architectuur van de gemeente Borne. Het welstandsbeleid dat men voorstaat is
drieledig: het is gebiedsgericht, thematisch ingedeeld en het beleid is gericht
op de kleinere bouwplannen. Ook wil men het traditionele aspect waarborgen voor
de toekomst.
Het project is gestart in augustus 2003 en men heeft getracht
een breed draagvlak te creëren door het hou-den van inspraak- en
voorlichtingsavonden voor burgers en door het op de hoogte houden van het
gemeen-tebestuur.
Borne wordt met inbegrip van het buitengebied
gekenmerkt door 28 kenmerken van welstand. Deze 28 kenmerken vormen de
typologie van het grondgebied van Borne.
De gemeente Borne, waartoe ook
Zenderen en Hertme behoren viert in 2006 haar 800-jarig bestaan en kenmerkt
zich door verschillende landschapstypes. De bebouwde kom is opgebouwd uit
linten en er is spra-ke van bijzondere architectuur. Het is de bedoeling dat
het centrum van Hertme een beschermd dorpsge-zicht wordt.
De gemeente
Borne zal een afweging moeten maken waarmee men zich wil profileren. Vindt men
industrie belangrijk of richt men zich vooral op de woonomgeving.
Borne kent
geen welstandsvrije gebieden, oftewel: men wil aan het totale grondgebied
kwaliteit verbinden. Daarbij wordt uiteraard wel onderscheid gemaakt in
niveau’s. Voor alles geldt dat er een relatie moet zijn tussen een
bouwwerk en de omgeving.
Geen welstandsvrije gebieden. Overal moet men
kwaliteit aan besteden. Wel zijn er bijzondere niveau’s. (beschermd
dorpsgezicht)
Door de heer Arno Koldenhof, bureau
Witpaard
Arno Koldenhof opent met de slogan: Losser, u raakt
eraan verslingerd. Als parodie op: Losser, verslingerd aan de Dinkel. Je raakt
aan Losser verslingerd, niet alleen vanwege de dorpskern, maar ook vanwege het
groene buitengebied.
Dat buitengebied omvat het grootste deel van de
gemeente. De bebouwing in het buitengebied is een fun-damenteel kenmerk voor
Losser. De vele mooie plekjes in het buitengebied moeten beschermd en bewaard
worden voor de toekomst.
Het centrum bevat twee delen een oud gedeelte
(voordorp) en een nieuw gedeelte (achterdorp). Er is tegen het oude deel een
nieuwe kern gebouwd.
Ook in Losser hebben de criteria voor welstand niet
enkel te maken met esthetica. De bibliotheek bijvoor-beeld is een lelijk
gebouw, met veel versierselen van staaldraad. Tegelijk is de bibliotheek het
leukste ge-bouw, vanwege het feit dat iedereen het lelijk vindt. Die
gemeenschappelijke mening heeft zo een functie.
In de welstandsnota
heeft men zich gericht op de volgende aandachtsgebieden. Algemeen
(architectuur), objectgerichte (monumenten, reclame, antennes) en
gebiedsgerichte indeling.
Het grondgebied van Losser laat naast veel
hoogteverschil zien en bestaat voor een groot deel uit ontgin-ningsgebied.
Tussen de invalswegen naar het centrum bevinden zich de woonwijken.
Andere
opvallende zaken die het buitengebied kenmerken zijn het essen- en
kampenlandschap. Het wel-standsbeleid is het hier op gericht de specifieke
bebouwingskarakteristieken behouden en indien mogelijk te versterkten. Nieuw te
bouwen woningen zullen volledig moeten voldoen aan de criteria om ze in te
passen in een landelijk gebied.
Sommige bebouwingskarakteristieken zijn
typisch Twents, zoals een rommelige opstelling van bouwwerken op het erf,
betimmeringen, een grote kap en lage goot.
Wil men deze karakteristieke
elementen in nieuwbouw uitvoeren dan moet men precies voldoen aan de daaraan
gestelde regels.
De welstandsnota ziet er rijk geïllustreerd uit en
is een toegankelijk document voor bouwer, burger en be-oordelaar. Per gebied is
een flyer beschikbaar.
door Marijke Beek,
architectuurhistoricus
Wat valt op aan deze
welstandsnota’s, afgezet teven wat elders in het land gaande
is?
Marijke Beek heeft een ruime ervaring als het gaat om het tot stand
komen van welstandsnota. Zij heeft meegewerkt aan de modelnota van de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Rijksbouwmeester. Verder werkte zij
mee aan de koepelnota van de gemeente Rotterdam in het stadsdeel Rotterdam
Noord. En aan welstandsnota’s van andere gemeenten in de provincie
Noord-Holland.
Een gelegenheid als deze, waarin men nota’s van
verschillende steden en dorpen met elkaar vergelijkt vindt zij een leuke
ontwikkeling
Marijke Beek heeft de nota’s zijn op de volgende
punten met elkaar vergeleken:
1. Welstand als culturele
opdracht.
2. De ambitie van de gemeente.
3.
Valt welstand nauw samen met stedenbouw?
4. Is de
bestaande karakteristieke situatie uitgangspunt voor de nota.
5.
Wat is de doelstelling.
6. Hoeveel ruimte laten de
criteria.
7. Is de nota gemeentespecifiek of van
toepassing op meerdere gemeenten
8. Hoe is de presentatie
van en de communicatie bij de nota.
In Enschede heeft men een brede kijk
op de welstandsnota. Bestaande karakteristieken zijn uitgangspunt in de nota.
Van de identiteit hangt af hoeveel ruimte de criteria (bijv. dorpse linten of
erkerwijken) laten voor regels (bijvoorbeeld bij de bepaling van
verfkleuren).
Enschede heeft bij het welstandsbeleid een duidelijke
culturele ambitie. Dat ziet men terug in het steden-bouwkundig karakter, de
bebouwing en de ruimtecriteria.
Marijke Beek is benieuwd naar de
“truc” oor de openbare ruimten. Hoe verhouden zich de criteria uit
de welstandsnota tot het bestemmingsplan en past bijvoorbeeld het volume van de
nieuwbouw binnen het ka-der van de bestemmingsplanbepalingen.
In Almelo
houdt men het bij grotere structuren. De bestaande karakteristiek is
uitgangspunt in het wel-standsbeleid (nieuwe gevels moeten aansluiten bij
bestaande). Als de bestaande situatie het ijkpunt is, dan blijft het stadsbeeld
tot in lengte van dagen hetzelfde. In Enschede doet men dat anders, daar is met
ruime-re normen meer vernieuwing mogelijk.
Hengelo heeft duidelijk
andere ambities. Waar anderen terughoudend zijn geeft Hengelo duidelijk aan wat
de beleidskeuzes zijn. Het vernieuwde welstandsbeleid is in alle gevallen
maatgevend. En kunnen op on-derdelen een voorbeeldfunctie hebben voor anderen.
Wat wel opvalt aan de nota van Hengelo is dat deze er al definitief uitziet,
terwijl het nog een concept is. Het valt op dat Hengelo geen gebruik maakt van
snel-toetscriteria.
Borne heeft een lijvig document samengesteld waarvan
de intentie is “passen op de winkel”. Men let alleen op het
bestaande en neemt geen nieuwe initiatieven. Borne kenmerkt zich door 28
criteria. De vraag daarbij is: wat doet Borne met die kenmerken.
Voor de
meeste nota’s geldt dat men weinig aandacht besteedt aan bijzondere
bouwwerken. De aanpak is goed vergelijkbaar met de aanpak in de rest van het
land. Daarnaast zijn er ook verschillen. Er zijn gemeen-ten die het hele gebied
welstandsvrij hebben verklaard, of die alleen algemeen geldende criteria
hanteren, om niet te verstarren. De nota’s zijn alle vier
stedenbouwkundig van karakter en niet zozeer architectonisch. Een goed idee
vindt Marijke Beek aparte hoofdstukken met aanbevelingen.
Marijke legt de vraag over het stedenbouwkundig karakter van de nota’s van
Enschede, Hengelo en Almelo voor aan Pepijn Godefroy. Hij ziet dat niet als een
manco omdat het samenspel van de gebouwen belangrijk is en het belang van de
stad in het oog wordt gehouden. Teveel kijken naar de architectuur zou
verstarrend, bevriezend werken. In relatief opzicht komt architectuur wel aan
de orde.
Guus Geerdink voegt toe dat hij het belangrijk vindt, dat er niet
teveel “dichtgetimmerd” wordt in de nota’s. Er moet een
stimulans van uitgaan om nieuwe mogelijkheden te ontdekken.
De
welstandsnota van Almelo laat een grote ruimte om op meerdere manieren bij
bestaande criteria aan te sluiten. De ervaring in Almelo is dat men door te
strakke regels moeilijk nieuwbouw bij het bestaande kan laten aansluiten.
Aansluiten op het bestaande. Almelo wou ruimte staan om op verschillende
manieren te kunnen aansluiten. Dat vindt Almelo belangrijk. Ervaring van te
strakke regels is dat het moeilijk om nieuwbouw aan te laten sluiten met
bestaande bouw. Wel zijn de gebieden goed beschreven. De gedachte achter de
welstandsnota is aansluiten bij het bestaande. De aansluiting moet eerder
stedenbouwkundig van karakter zijn dan archi-tectonisch.
Wat vindt de
zaal?
• De heer Korstanje vraagt naar aanleiding van
de inleiding van de heer Arno Koldenhof naar de karakte-ristieken die gehanteerd
worden in Losser. Als de nieuwe bebouwing karakteristiek moet zijn, is een
za-deldak dan toegestaan of niet. Speelt een typisch Twentse bebouwing niet een
beperkte rol in het bui-tengebied. De heer Korstanje vindt dat als er nieuwbouw
gerealiseerd wordt in het buitengebied men zeker moet aansluiten bij bestaande
bebouwing. De heer Koldenhof is er meer voor om “niet te veel dicht te
timmeren” maar ruimte te laten voor meerdere
criteria.
• De heer Weber merkt op dat een
gecompliceerde regelgeving rond welstand niet transparant is en moeilijk door
een bestuurder is uit te leggen.
• De heer Ten
Asbroek vraagt wat er binnen de bestaande criteria in zijn gebied nu wel en
niet kan. Als voorbeeld noemt hij daarbij woningbouw in stallen. Zuinig zijn op
het oude is goed, maar je kunt ver-nieuwing niet altijd
tegenhouden.
• Mevrouw Grimm pleit ervoor het
streekeigene in het stedengebied te behouden.
• De
heer Guus Geerdink maakt de volgende afsluitende opmerking over het
welstandsvrij maken van bepaalde gebieden. Hij is benieuwd naar de ontwikkeling
binnen de gemeente Twenterand waar men woonwijken welstandsvrij heeft verklaard.
Wat is dan belangrijker kwaliteit of het maken van
keuzes.
Afsluiting
Zowel de inleiders als de aanwezigen worden
bedankt voor hun inbreng. De mogelijkheid is er om onder het genot van een
drankje nog even na te praten.