
Gehouden op 26 mei 2005
Is het een droom of zal het werkelijkheid worden voor Almelo. Nu er een
masterplan op tafel ligt is de weg vrij gemaakt om de aantrekkelijkheid van de
stad Almelo te vergroten. Maar vooralsnog is het een plan op papier, met
ideeën en visies voor de toekomst. Het is 19.30 op donderdag 26 mei als het
ontmoetingcentrum 'De Schouw' in Almelo vol stroomt met belangstellenden om te
luisteren naar gastsprekers die hun visie uiteenzetten over het masterplan
Almelo.
Albert Koolma, tegenwoordig werkzaam
voor de gemeente Den Haag, daarvoor bij BVR uit Rotterdam, is nauw betrokken
geweest bij het tot stand komen van het Almelose masterplan. BVR Rotterdam zijn
adviseurs op het gebied van stedelijke ontwikkeling en landschap en
infrastructuur en hebben gewerkt aan een uitgebreide visie voor de toekomst van
Almelo. Volgens Koolma ligt de leegloop van de binnenstad van Almelo en de
tendens van de neerwaartse spiraal ter grondslag voor het opstellen van het
masterplan. Koolma noemde Almelo zelfs “het doucheputje van de
regio”. Het aantrekkelijker maken van de binnenstad door het creëren
van een compact kernwinkelgebied gecombineerd met meer woningen en het
verbeteren van de infrastructuur rondom de stadskern, staan centraal in het
plan. Koolma zegt dat er nu een plan ligt voor de Almeloër en niet zozeer
een bouwplan voor de stad. Volgens Koolma gaat het plan over de functie
en
de ligging in de omgeving waarmee Almelo zich kan onderscheiden in Twente. Er
zijn in het masterplan “Vijf Grote Opgaven” waarin de stedelijke en
ruimtelijke ontwikkeling van de stad aan bod komen. “Stad in
Balans”, “Binnenstad als brandpunt”, “Vlinder en
Spin”, “Simultaan schaken” en “Slimme strategie”.
Al deze “opgaven” werden met beeld en uitleg enthousiast doorlopen
om zo een goed beeld te krijgen wat het BVR met Almelo voor ogen heeft de
komende jaren. Als rode draad in het verhaal van Koolma komen de te verbeteren
stadskern en infrastructuur naar voren. Het streven naar samenhang in de stad en
de ruimte voor groei worden passend vergeleken en uitgebeeld met een
vlinderstructuur. Infrastructuur is volgens Koolma essentieel voor het slagen
van het masterplan. Almelo moet op een prettige manier te benaderen zijn waarbij
het goed en snel bereiken van de binnenstad centraal staan. Ook wonen, werken,
onderwijs, sport en andere regionale publieksfuncties komen samen in het
masterplan Almelo. Koolma omschrijft in zijn presentatie de functies van
“water en groen” als onderscheidende factor waarmee Almelo zich kan
profileren in de regio Twente.
“Dromen zijn ook wel eens bedrog” zijn de woorden waar Jan Astrego als tweede inleider van de avond
zijn presentatie afsloot. De directeur IAA-stedenbouw had deze avond een
kritische kijk op het masterplan van Almelo. Astrego ging dieper in op de
betekenis en de invloed van de detailhandel in de regio aan de hand van enkele
voorbeelden. De komst van plein Westermaat en invloeden van internet en het
“Fun shoppen” zijn volgens hem serieuze bedreigingen voor een stad
als Almelo en ook van invloed voor het al dan niet slagen van het plan. Astrego
betwijfelt of het masterplan zoals het er nu ligt voldoende rekening houdt met
de invloeden van de omgeving. Volgens hem zijn ook andere plaatsten in de
omgeving in ontwikkeling en moet daarop worden ingespeeld. Kwaliteit van winkels
en het terecht onderscheiden met groen en water is volgens Astrego een goede
kans voor Almelo. Er moet gezwaaid worden met een “zak geld” om zo
jonge ondernemers aan te trekken. Ook vindt Astrego dat er goed gekeken moet
worden naar het creëren van pleinen en plekken waar water en groen elkaar
ontmoeten. Volgens hem is het niet zo dat het creëren van een plek afdoende
is. Vaak gebeurt er niets op deze plekken en dan heb je er niet veel
aan.
Astrego merkt ook op dat de “vlinderconstructie” hem niet
nieuw voorkomt. Volgens hem gingen plannen met dezelfde basis ten onder aan
overleg en gebrek aan geld. Het vasthouden aan een slimme strategie en niet te
veel overleg zijn volgens hem essentieel om het materplan te doen slagen.
Ton Schaap was de derde inleider deze
avond en merkte op dat hij onderweg (op de fiets) naar Almelo zeer heeft genoten
van de omgeving, hij omschreef het als een “bijna paradijs”. Volgens
hem is het masterplan ook een aanzet om problemen met het imago van Almelo op te
lossen. Ook Schaap is van mening dat het met de binnenstad van Almelo beroerd is
gesteld. Bladerend door het masterplan kwam hij bij een “mooi
plaatje” uit 1939. Op deze foto is de heldere structuur van de binnenstad
te zien. Deze structuur en logica is volgens Schaap geheel verloren gegaan.
Schaap kwam na aanleiding van het masterplan met het voorstel om een aantal
concrete ontwerpen en situaties in maquettes van 1:200 uit te werken zodat alle
details zichtbaar worden. Op deze manier kan “de Almeloër” zien
wat er met het masterplan bedoeld wordt. Wellicht kan men door middel van een
prijsvraag zelf keuzes maken uit het plan? Terug komend op de infrastructuur
heeft Schaap ook nog ideeën over de term “allee”. Volgens hem
benadrukt een allee een route met een begin en een eind die leidt naar bepaald
herkenbaar punt zoals een station of kenmerkend gebouw. Een allee dient niet te
eindigen in een parkeergarage.
Schaap benadrukt verder dat het van belang is
“met z’n allen op het plan te zitten!”. Er veel energie in te
steken waardoor het masterplan als goede eerste zet, een grote sprong voorwaarts
kan betekenen. En Schaap waarschuwt Almelo ervoor vooral niet te vervallen in te
veel overleg want “in geouwehoer kun je niet wonen”.
Als laatste inleider van de avond kwam Hanneke
Spiertz aan het woord. Zij is stedenbouwkundige en in dienst van de
gemeente Meppel waar sinds 1999 met een Masterplan (eveneens van BVR) is
gestart. Ook in Meppel heeft de binnenstad de grootste prioriteit, maar in
tegenstelling met het masterplan van Almelo heeft Meppel ervoor gekozen Meppel
in te delen in schaalniveaus met ieder een eigen plan. Deze plannen tezamen
maken het masterplan Meppel. Spiertz merkt op dat het tot stand komen van het
plan van Almelo meer haar voorkeur heeft omdat het bestuur van Almelo actief
betrokken is geweest, samen met BVR, bij de totstandkoming van het masterplan.
Hierdoor heeft Almelo al een fase van discussie achter zich gelaten. Spiertz
geeft aan dat in Meppel pas na de presentatie het masterplan Meppel een
ambtelijke discussie heeft plaats gevonden, iets wat veel tijd in beslag heeft
genomen.
Verder wijst Spiertz erop dat het belangrijk is bewust te zijn van
de kwaliteit van de stad; “Wat is waardevol?”. Door daadkrachtig en
enthousiast te werk te gaan kan men veel effect bewerkstelligen. Meppel is na de
presentatie verder gegaan met het ontwikkelen van visies, waaronder voor
toerisme, en het maken van randvoorwaarden voor projecten. Hierin liet het
masterplan van BVR nog ruimte. Spiertz wil aan Almelo vooral meegeven dat de
stad moet laten zien waar men mee bezig is. Men moet de burger concreet kunnen
laten zien wat er gerealiseerd is. Ook Meppel is gaan kijken welke punten uit
het masterplan snel succes boekten, denk hierbij aan sociale projecten. Zo houdt
je de mensen betrokken bij het plan. Laten zien = succes volgens Spiertz.
Na deze inleidende presentaties is er onder leiding van journalist Gerard Smink verder gediscussieerd met de vier
inleiders. Smink was vooral kritisch naar de uitwerking van alle plannen. Wat
zou het de burger gaan kosten? Geen van de panelleden kan concreet aangeven wat
zei verwachten van het financiële verloop van het masterplan. “Dit
ligt aan deomstandigheden” zegt Ton Schaap. Verder is Smink nieuwsgierig
naar het “nut” van een masterplan. Heeft Almelo dit nodig? Ton
Schaap merkt op dat dit wellicht overbodig lijkt en komt grappig uit de hoek met
de opmerking: “Ja, België weet niet anders”. Ook Jan Astrego
geeft aan dat het twijfels heeft over de rooskleurigheid van het masterplan,
wellicht is het te optimistisch. Volgens Astrego moet Almelo goed naar zichzelf
en de omgeving kijken en erkennen wat Almelo bijzonder maakt, het groen en water
als onmisbaar element.
In de discussie kwamen er ook vragen uit het publiek.
Fractie voorzitter van leefbaar Almelo vroeg zich af of het masterplan
daadwerkelijk uit is op verbetering met “groen en water” als basis
of dat het bestuur alleen maar “iets mooi wil maken”.
Wethouder
Anton Sjoers gaf zijn visie op de tweedeling van het centrum zoals beschreven in
het masterplan. Sjoers gaf nogmaals aan dat het centrum een compact karakter
moet krijgen. Smink vraagt aan Sjoers of het masterplan volgens hem effect
heeft? Winkelgebieden in de regio zijn volgens Sjoers hierbij gewaarschuwd! Het
masterplan Almelo zal zeker succes hebben volgens hem.
Smink sloot de
avond af en liet daarbij weten dat het woord nu is aan het B&W en de raad
van Almelo.