
Gehouden op 23 juni 2005
Netwerkstad: driehoek Almelo, Borne, Bornebroek
'Lelijke dingen komen vanzelf, mooie dingen moet je
voor werken'
Dit was een uitspraak van
Ton Schaap in de slot discussie op de
presentatie van zijn onconventionele en inspirerende plannen onder de titel;
100 lanen. Ton Schaap heeft in het kader van de Netwerkstad een tegenvoorstel
voor de olievlekachtige verstedelijking van Twente gemaakt. Op een zonovergoten
donderdag 23 juni was het gezellig druk in de Paardenschuur van kasteel Twickel
in Delden waar Ton Schaap zijn plannen toelichtte.
Volgens Schaap is heel Twente een landgoed, zo staat
geschreven in “100 lanen”. Schaap heeft met zijn ontwerpteam
bestaande uit Chris van Gent, Rob Aben en Patrick Koschuch een beeldende
presentatie gemaakt van zijn ideeën en geeft daarin zijn visie weer over
de toekomst van de stedendriehoek Almelo, Borne, Bornerbroek. Volgens Schaap
gaat het hier niet om een structuurplan maar om een “Ecologische
verbinding met het achterland”. Het Twentse landschap kent een grillig
verloop van de ondergrond - beken, essen, velden en bossen. Schaap gaf in de
inleiding van zijn presentatie een aantal voorbeelden zoals hij de typologie
ziet van de verschillende landschappen in Nederland, Duitsland en Twente. Ook
inventariseerde hij de huidige situatie en maakte dat beeldend met een aantal
voorbeelden. De voorbeelden werden opgevolgd door een kaartsituatie waarop te
zien is hoe het “goud” van Twente, het Twentse landschap, wordt
bevlekt door zwarte gebieden die symbool staan voor bebouwing, industrie.
Volgens Schaap moet er in de toekomt zorgvuldig omgegaan worden met nieuwe
projecten waar men de theorie vorm en contravorm van graficus M.C. Escher als
leidraad moet nemen. Volgens Schaap is het creëren van een netwerk van
lanen hierin cruciaal en is het maken van een laan een vak. Schaap volgde met
enkele voorbeelden waarin de rol van een laan zeer nadrukkelijk aanwezig
blijkt. Zo liet hij de entree van Almelo vanaf de N35 zien in de huidige
situatie en met een beeldanimatie zoals het er uit zou kunnen zien als deze
entree voorzien zou zijn met bomen. Vanuit het publiek kwamen er met het zien
van deze beelden instemmende geluiden. Het ontstaan van restgebieden biedt
volgens Schaap een unieke mogelijkheid om woonbossen te creëren. Ook moet
er in de toekomst niet terughouden gedaan, waarom zou een bedrijventerrein niet
gestapeld kunnen worden? Schaap geeft ook hiervan beeldende schetsen in zijn
presentatie. Schaap eindige zijn presentatie met ideeën en beelden waarin
hij de lanen een gezicht gaf. Hij toonde oplossingen en voorbeeldenzoals hij de
laan in de toekomst ziet. Ecoducten worden bewoonbaar en zijn opgenomen in het
landschap. Bij het zien van deze beelden was de verwondering uit het publiek
waarneembaar
Na aanleiding van de presentatie van Ton Schaap was het de beurt aan
stedenbouwkundige Pieter Jannink van
het Amsterdamse bureau Must om zijn review te geven op de presentatie en
plannen van Schaap. Jannink is geboren in Haaksbergen en is als voorbereiding
gaan rondrijden in deze omgeving waarin hij weer gefascineerd werd door het
Twentse landschap. Hij kwam al snel tot de conclusie dat het verhaal van Schaap
“klopte als een bus”. De lanen moeten in ere worden hersteld.
Jannink gaf ook in een beeldende presentatie, met de toepasselijke titel:
“de laan en het zandpad”, weer welke indrukken en bevindingen hij
verbond met het verhaal van Schaap. Jannink liet in zijn presentatie een aantal
voorbeelden zien waarin een huidig zandpad of laan eindigt. Zijn bevindingen
waren allerminst rooskleurig en Jannink vraagt zich dan ook sterk af of dit
valt te voorkomen. Als reactie op het idee van Ton Schaap om de bedrijven te
stapelen stelt Jannink juist dat het volgens hem geen goed idee is om geen
grote klont aan bedrijventerrein te creëren. Dit is volgens Jannink niet
goed voor de doordringbaarheid van het gebied. Aan het slot van zijn
presentatie gaf Jannink net zoals Schaap enkele beeldende voorbeelden hoe hij
de toekomst van de laan voor zich ziet. Ook Jannink kon rekenen op positieve
reacties uit het publiek, zeker toen een utopisch beeld van het centrum van
Hengelo verscheen met een zandpad.
Na de beide presentatie was het woord aan het publiek om mee te
discussiëren over het onderwerp. Zo werd er aan Ton Schaap gevraagd of
vorm en contravorm van Escher een afscheiding van vlakken betekend met rechte
lijnen? Volgens Schaap hoeft een laan geen rechte lijn te zijn. Lanen moeten
het landschap leefbaar houden en er moet na gedacht worden of de functie van de
contravorm. Ook werd er aan Schaap en Jannink gevraagd wat hun visie is op de
huidige bouw van recreatieparken. Schaap gaf hierop de reactie dat het geen
industrie gebied van villa’s moet worden en dat men moet kijken naar
duurzaamheid hoe de situatie is over 50 jaar. “Neem een goede
landschapsarchitect” benadrukte Schaap. Jannink ziet het ontstaan van
recreatieparken niet als een probleem maar meer als een kans. Er was ook een
reactie uit de zaal dat de plannen Ton Schaap wellicht te romantisch werden
voorgesteld. Het moet ook werkbaar blijven en er moet een totaal visie zijn van
Twente. Onderling moet het er niet beconcurreerd worden en samen worden gewerkt
tussen gemeenten.
Ook kwam er uit het publiek de reactie of er niet een
“overkill” aan lanen ontstaat met de plannen van Ton Schaap. Twente
is juist uniek door het landschap. De vergelijking werd getrokken met een
reiger. De purper reiger wordt gezien als een unieke vogel terwijl de blauwe
reiger bijna hetzelfde eruitziet maar als normaal wordt ervaren. Ton Schaap
benadrukte dat een laan “gewoon iets moois is” en dat je iets met
“swung” moet doen om er iets moois van te maken. Volgens hem komen
lelijke dingen vanzelf en moet je voor mooie dingen werken. En volgens Jannink
is juist de lelijkheid de motor voor iets moois.