
Gehouden op 20 april 2006
Over de inrichting van de openbare
ruimte
Er valt veel te zeggen over al die straatlantaarns,
prullenbakken, bushokjes, bankjes en aanverwante artikelen waarover je
struikelt of van geniet als je je gehaast of relaxed door de je stad of dorp
begeeft. Wie bedenkt dat allemaal, wat is de functie en waarom gebeurt het hier
zo en daar weer anders?...
Op 20 april stond onder de titel ‘Pröttel of prachtig’ de
kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte centraal en werd het thema
vanuit verschillende invalshoeken belicht. Drie deskundigen gaven het publiek
inzicht in het proces dat vooraf gaat aan het vormgeven van de openbare ruimte.
Maar zij gaven ook hun commentaar op de gerealiseerde kwaliteit
daarvan.
“De openbare ruimte is het publieke domein waarvoor de
overheid verantwoordelijk is.” Daarmee opende gespreksleider Rob van der
Ham, programmamanager van het meerjarenprogramma Openbare Ruimte in Den Haag,
de bijeenkomst waarmee tevens de ambtelijke status van de drie inleiders werd
verklaard. Zij zijn immers voortdurend betrokken bij de strategische, tactische
en operationele fases van het ontwikkelingskader.
Dat inspanningen nodig voor het inrichten van de openbare ruimte ook een te
managen activiteit is, werd bevestigd door de lezing van Bert ter Horst. Met zijn formule E = K x A2
(Effect is het product van Kwaliteit en Acceptatie) gaf hij het belang van de
acceptatiegraad aan. Als stadsdeelmanager Binnensingel in Enschede is het zijn
taak om daarvoor bij alle betrokken partijen het benodigde draagvlak te
krijgen. Ter Horst nam het publiek mee in een visuele rondleiding door het
centrum van Enschede. De Dagmarktstraat, het Van Heekplein, het stadserf en het
Stationsplein passeerden de revue. Ter Horst noemde de geslaagde maar ook de
minder geslaagde voorbeelden van inrichting. Mooi zijn de bankjes, de plinten
en de bestrating. Minder gelukkig was hij met allerhande, vooral functionele
inrichtingselementen waarbij vooral de verkeersborden, de elektriciteitskasten
en de soms overdaad aan bij elkaar geplaatste elementen opvielen maar ook de
veelal achteloos door gebruikers achtergelaten vuilnis en rommel. Ofwel:
pröttel. Dat het ‘draagvlak’ een beleidsbepalend element is,
toonde Ter Horst aan met de ontwikkeling op het stationsplein waar de huidige
abri’s aangepast zullen worden omdat de vormgeving wel erg fraai is maar
onvoldoende beschutting geeft aan wachtenden en dus hun functionele waarde
missen.
Gerard Kuiper, verkeerskundige bij de
gemeente Hengelo, gaf een kijkje in de keuken door het ontwikkelingsproces van
een straatprofiel te schetsen. Hij deed dat door de verschillende stadia van
een ontwerpproces te tonen. Door de talloze aspecten te benoemen én te
verklaren werd inzicht gegeven in de wijze waarop de openbare ruimte wordt
ingericht. Zo vielen de volgende termen te beluisteren: wegtype, snelheid,
capaciteit, intimiteit, indeling, stroken, belijning, groen, verhardingen,
kleuren en gebruikers. Maar ook onderhoud en gebruik en bereikbaarheid door
hulpdiensten vormen onderdelen die tot het ontwerpproces behoren. Volgens
Kuiper is het ontwerpen van een straatprofiel iets anders dan alleen maar
vormgeven. Volgens hem moet een ontwerp functioneel zijn maar ook een
identiteit hebben. Zowel helderheid als karakter zijn daarbij aspecten.
Na de op de praktijkgerichte en zeer leerzame inleidingen van Ter Horst en
Kuiper, tilde Albert Fien de avond naar
een hoger niveau. Niet zo gek, want als stedenbouwkundige (eerst in Almelo en
sinds een jaar of zes in Apeldoorn) is hij gewend om op een andere (is grotere)
schaal te opereren. Volgens Fien is de inrichting van de openbare ruimte sterk
aan mode onderhevig en is er elke tien jaar een verandering bespeurbaar. Dat is
in tegenstelling tot de stedenbouw. Fien: ‘Dat is een heel langzaam
verlopend kunstje waar je jaren en soms eeuwen over moet doen’. Het casco
van de stad is de drager voor de inrichting. Aan het casco moet je niet tornen
want dan tast je de structuur aan. De vloerbedekking of het behang van de stad
zijn tijdelijke inrichtingselementen en die mag je veranderen. Als je een
ingreep doet in het casco, dan moet je je realiseren dat dat weer honderd jaar
mee moet kunnen. De voorbeelden die Fien toonde onderstreepten zijn stelling.
Zo is het kanaal in Almelo, dat honderd jaar geleden werd aangelegd, een
ingreep die aan de stad een casco gaf. De sterke structuur is ongevoelig voor
een bestrating die dan weer met klinkers en dan weer met asfalt is uitgevoerd.
Maar het wordt anders als in een beeldbepalende gevelwand de rooilijn van een
nieuw gebouw plotseling wordt verschoven en de doorgaande zichtlijn wordt
onderbroken. De continue gedachte is volgens Fien van essentieel belang voor de
inrichting van de stad.
Pas in het afsluitende debat viel het beruchte ‘g-woord’.
Gezelligheid!
Een woord dat in ontwerpjargon taboe is. Zo typisch Nederlands en zo
ondefinieerbaar maar uiteindelijk wel bepalend voor een overigens net
zo ondefinieerbaar begrip als kwaliteit. De inleiders vonden dat
gezelligheid een erg relatief begrip is dat door veel factoren wordt
bepaald. De aanwezigheid van mensen is daarbij bepalend voor de
kwaliteit (en het ontwerp) van de openbare ruimte. Daarom is het van
belang dat de publiekstrekkende middenstand zich kan blijven vestigen
in de steden en niet wordt weggejaagd als gevolg van nieuw ontwikkelde
grootwinkelgebieden aan de stadsranden. Ook dat is de
verantwoordelijkheid van gemeentelijk beleid. Over die
verantwoordelijkheid was tenslotte nog een interessante opmerking te
horen van een in de zaal aanwezige industrieel ontwerper die zich
verbaasde over het gemak waarmee pröttel zich telkens weer weet te
handhaven: “Als ik zoiets presteer dan wordt ik daar direct keihard op
afgerekend!”.
De lezingen over ‘Pröttel of
prachtig’ vonden plaats in de nieuwe
bibliotheek in Hengelo. Het gebouw aan het Beursplein ambieert het
nieuwe stadscentrum van Hengelo te worden waarin talloze functies -
niet alleen de bibliotheek – samenkomen. Voorafgaand werden door
directeur Marion Mertens en Niels Versteeg van het in het gebouw
gehuisveste makelaarskantoor Levering&Assen, toelichtingen gegeven
over het ontwerp, de functies en het gebruik van het gebouw.
Aansluitend werd door Rob Beerkens, architect bij het Hengelose bureau
MAS-architectuur en ontwerper van de bibliotheek, een rondleiding door
het gebouw gegeven. De bibliotheek is overigens door de BNA (Bond van
Nederlandse Architecten) in de ontwerpwedstrijd ‘Mooiste gebouw in
2006’ als mooiste gebouw in de regio Oost aangewezen.
Tijdens de avond werd een dooropende presentatie getoond van de door Charis Buttner, student fotografie aan de AKI te Enschede, gemaakte foto’s van de openbare ruimte in geheel Twente.