
Gehouden op 26 oktober 2006
Nieuwe toekomst voor water met beleefbare
waterconcepten
Naast veel fascinerende en voor veel aanwezigen
nieuwe informatie over de waterhuishouding in Twente, was er ook veel
inspiratie op te doen over hoe nieuwe waterconcepten kunnen worden vormgegeven.
Stefan Kuks, vice-voorzitter van het dagelijks bestuur van het Waterschap Regge
en Dinkel, gaf in vogelvlucht de historie van het Twentse landschap weer
waarbij met aansprekend beeldmateriaal de rol van het water werd toegelicht.
Waterspecialist Hiltrud Pötz, architect bij het bureau OPMAAT, kon het
publiek enthousiast maken over de vele mogelijkheden om nieuwe waterconcepten
in vooral stedelijke omgevingen vorm te geven. Piet Ziel, landschapsarchitect
bij Royal Haskoning en lid van de programmaraad van het Architectuurcentrum
Twente, heeft het dan ook in zijn introductie van de avond over ‘water
van last tot lust’.
De goed bezochte bijeenkomst ‘Boven alle peil’ vond plaats in De
Waarbeek, aan de oostelijke rand van Hengelo. Welke Twentenaar herinnert zich
niet als kind het park te hebben bezocht. Nog voordat de lezing begon kwamen
bij veel bezoekers al gauw de herinneringen ter sprake. Maar er is meer dan
alleen een pretpark bij de Waarbeek. Achter het pretpark staat een sluiscomplex
"De Waarbeek" in het Twentekanaal, Het Twentekanaal is tussen 1930 en 1936 als
werkverschaffingsproject gegraven. Het hoofdkanaal loopt van de IJssel bij
Eefde in Gelderland naar Enschede met tussen Delden en Goor een afsplitsing
naar Almelo. Het verschil in hoogte van 23 meter tussen het begin- en eindpunt
van het kanaal, wordt door drie schutsluizen opgevangen. Het sluiscomplex uit
1930-36 in het Twentekanaal is van cultuur- architectuurhistorisch en
stedenbouwkundig belang.
Stefan Kuks, vice-voorzitter dagelijks bestuur van het Waterschap Regge en Dinkel.
Kuks spreekt over het beeld van water in Twente, de klassieke
waterwerken, het Waterschap in Twente, Ruimte voor water en Twentse voorbeelden
van stedelijk waterbeheer. Stefan Kuks toont als start een kaart van Nederland
zonder dijken; 60% van Nederland is dan beneden zeeniveau. Je hebt dan een hoog
en laag Nederland. Twente ligt veilig hoog en droog. Wat is het beeld van water
in Twente? In een geforceerde hoogtekaart ziet Twente eruit als een
Alpenlandschap, de stuwwal stamt nog uit de ijstijd. Opvallend is het ontbreken
van grote rivieren maar wel de aanwezigheid van veel kleine haarvaten. Twente
heeft klassieke waterwerken, heeft geen overlast van zee en rivieren , de
zwakke plekken zijn het water uit de lucht en al het water stroomt in
noordelijk richting naar het IJsselmeer. Water vervreemdt in Twente, het is
verstopt in houtwallen en in de stad; in Enschede is de waterloop verdwenen.
Het lage gedeelte van Nederland wordt bemaald en elk niveau is artificieel
gecreëerd, denk hierbij aan de molens, gemalen, grachten, sluizen,
versterking van zeedijken, duinen, deltawerken, met als resultaat dat Nederland
een erfenis heeft aan schitterende bouwwerken. Er vindt een evolutie plaats in
het waterbeheer van Nederland, de transitie vindt plaats rond 1970, 1985 en
1998. Kwaliteitsbeheer start naast het klassieke kwantiteitsbeheer,
waterschappen verbreden expertise, en er is een aanzet tot schaalvergroting.
Waar staan we nu in 2006? Grote wateropgaven: EKW (ecologische
kwaliteit verbeteren) en WB21 (ruimte voor water maken). In de
Structuurdiscussie over het middenbestuur in Nederland hoort men de suggestie
om de Waterschappen op te heffen; er is een roep om meer
kostenbeheersing.Nederland is het waterputje van Europa. Hierdoor is het
moeilijk om de waterkwaliteit te verbeteren. Watertaken zullen dus altijd
blijven, en er moet altijd energie in worden gestoken anders gaat het niet
goed. Bestuurlijke samenwerking tussen provincies, waterschappen en gemeenten
moeten optimaliseren. Er wordt hier door Waterschap Regge en Dinkel voortdurend
aan gewerkt, maar voor het publiek is dit niet altijd zichtbaar. Kuks spreekt
over een maximale inspanning, een samenwerking met landschapsarchitecten en het
aandacht geven aan een studie ruimtekwaliteit. Als voorbeeld geeft hij aan dat
bij het bouwen in risicogebieden er een compensatie gemaakt moet door een
gebied elders af te graven. Er moet dan samen naar een alternatieve bouwlocatie
gezocht worden of de bouwlocatie in
risico gebied handhaven en beschermen.
Kuks toont als voorbeeld het gebied van de Bornse Maten met de gevolgen als de
samenwerking niet optimaal is.
Volgens Kuks moet het stedelijke waterbeheer
een integraal onderdeel vormen van het watersysteem (afwenteling voorkomen):
waterschappen nemen stedelijk waterbeheer over. Kansen voor stedelijke
projecten benutten met de omloopleidingen die gemaakt zijn zodat water niet in
de stad komt (bijv. Roombeek in Enschede, Berfelobeek - Hart van Zuid in
Hengelo, Almelose Aa). De toename van harde oppervlakken kan regenwater via
rioolstelsel naar dichtstbijzijnde wadi brengen, een ondergrondse drainage
systeem. Bergingscapaciteit rioolstelsel verbeteren en regenwater afkoppelen.
Hij laat ook kleinschalige Twentse voorbeelden in diverse woonwijken van Twente
zien, met een grasdak wat het water langer vasthoud, in Oikos waterplassen
tussen de parkeerruimten, een
infiltratie systeem in Vasse met plastic
kratten, regenpijpen doorzagen en in een ouderwetse regenton opvangen en
eindigt met een inspirerend voorbeeld: de kapel in Le Ronchamp van architect Le
Corbusier, waar het regenwater via een overloop van het dak in een bassin wordt
opgevangen.
Hiltrud Pötz , architect en waterspecialist bij buro opMAAT en
auteur van het boek 'Zichtbaar,
tastbaar, zinvol, de integratie van natuur en techniek in de vormgeving van
stedelijk water’.
Pötz laat veel voorbeelden zien hoe water een rol kan spelen in
het stedenbouwkundige ontwerp, hoe bewoners water kunnen beleven en hoe water
tot een verrijkend en aantrekkelijk element in onze woonomgeving kan worden.
Hiltrud Pötz begint met ‘beleefbare waterconcepten’,
technische en ecologische concepten in prachtige vormen gieten. Ze ziet water
als iets positiefs, heeft het over geven, heen en weer, vorm, idee, gieten,
structuur. Het moet als opmaat een wisselwerking van materiaal en vorm zijn.
Daarna leven en waarde inzien en er wat mee gaan doen. Je moet goed om je heen
kijken zegt ze, wat kan je toevoegen? Ze heeft het ook over lef. Op een
overzichtkaart zien we alternatieven om problemen te verhelpen.
Drinkwaterbesparing moet een goede voorlichting hebben, met name over de
waterbesparende technieken, zoals in waterbesparende armaturen, WSS-toiletten
en substitutie drinkwater door ander water. Dit laatste kan bestaan uit
regenwater, grondwater, oppervlaktewater en gezuiverd afvalwater. In het
materiaalgebruik van het gebouw van Rijkswaterstaat in Terneuzen zijn
verschillende aspecten gebruikt waarin de waterbesparende technieken toegepast
worden. Zo wordt ook gebruik gemaakt van materiaal wat lokaal voor de hand
ligt, rietvelden, mosselschelpen, en een groendak, zelfs de kunstenaar gebruikt
grind om verharding te minimaliseren. Het is wel afhankelijk van
seizoensschommelingen en het rietveld moest met hekjes beschermd worden tegen
de konijnen die het riet opeten.
Een veel grootschaliger project is de
Potsdammerplatz in Berlijn. Het regenwater mag daar niet via het riool
afgevoerd worden. Er wordt gebruik gemaakt van een oppervlaktebassin, en extra
ondergrondse bassins houden het waterpeil bovengronds op peil. Het water wordt
in de architectuur opgenomen. Let op: water mag nooit stilstaan!
Reductie
van het afvalwater door drinkwaterbesparing, decentrale zuivering en het
afkoppelen van regenwater. In een project in de wijk Polderdrift Arnhem met 44
woningen is het binnengebied samen met de bewoners ontwikkeld en onderhouden.
Er wordt veel gebruik gemaakt van afvalmateriaal, een detentievijver, bergingen
zijn halfondergronds, regenwater wordt gebruikt voor wasmachines, afvalwater
voor de toiletten( het laatste mag nu niet meer). In Living Machine, Oberlin
college, worden planten gekweekt met afvalwater, de bacteriën zuiveren het
water, het water mag niet met lucht in aanraking komen, het gaat dan
stinken. Zo komen er nog tal van voorbeelden van waterafvoer met nieuw verharde
terreinen, stuwtjes die het water tijdelijk bufferen, en aantrekkingskracht voor
kinderen om met water te spelen. En hoe je hier aan kunt vormgeven. Er worden
nieuwe technieken ontwikkeld waardoor de EPC normen en regels haalbaar worden
zoals in de Zuidas in Amsterdam. Rietveldjes in de Erasmusgracht in Amsterdam,
waar in regenwater direct en efficiënt in het oppervlaktewater geloosd
wordt.
Architecten komen al tot goed geïntegreerde oplossingen. Zo ook
in het bijzondere onderwijsgebouw het Minneart te Utrecht. Aan de buitenkant
ziet het gebouw er uit als een aardeklomp met een rots binnenin. Het gebouw
geeft een verbetering in klimaat en belevingswaarde van de leef- en
werkomgeving. Er zijn waterbassins, watermuren, luchtenbevochtiging,
geluidsmoderatie en speelmogelijkheden. Tijdens een van haar bezoekjes terug in
het gebouw bleek dat het water niet meer helder was. Het bleek dat de beheerder
niet wist hoe het gebouw te behandelen. Een voorwaarde van zo’n dergelijk
project is wel dat er betrokkenheid en zorg voor het beheer is.
Piet Ziel leidt de discussie. Er worden
veel vragen door het publiek gesteld o.a. dat het water voor de CV geen
drinkwater moet zijn, het antwoord hierop is dat het water al gecirculeerd
wordt. En een mevrouw vind dat de bomen in de wijk niet in een rij moeten staan
maar dat ze kris kras geplant moeten worden voor een natuurlijker aanblik. Een
andere opmerking/vraag uit het publiek was dat er de afgelopen 30 jaar veel
viaducten zijn gemaakt en dat dit veel veranderingen in de waterstanden met
zich meebrengt. De Anninksbeek is hierdoor verdwenen. Stefan Kuks antwoordt
hierop: doordat er ontzettend veel gegraven wordt, ontstaan er dus ook
gigantische neveneffecten. Nu wordt er gelukkig integraal gedacht en wordt er
gezocht naar redelijk duurzame oplossingen. Een andere vraag betreft de
prijsverhouding; wat levert het op aan rendement, en komen de kosten voor de
burger, ondanks dat het mooi is? Hiltrud Pötz zegt dat je in een vroeg
stadium bij het proces moet zijn, dit kost alleen energie in werken, voor het
zelfde geld kun je dan veel mooie dingen doen.
Piet Ziel sluit de discussie
af door de hoop uit te spreken dat het verhaal van Hiltrud Pötz veel
vooroordelen kan wegnemen.
Wanda Roskam, landschapsarchitect en lid van de programmaraad van het
Architectuurcentrum Twente.
Wanda introduceert vervolgens de
ontwerpworkshop voor 11 november. De workshop zal begeleid worden door collega
landschapsarchitecten Piet Ziel en Hendrik-Jan Teekens. De deelnemers kunnen
één dag zelf aan de slag op locatie. De deelnemers kunnen kiezen
voor de huis-straat-wijk-groep of de wijk-stad-land-groep. De workshop wordt
bij de Waarbeek gehouden en de locatie de Zwaaikom is op loopafstand. Wanda
laat veel oplossingen zien. Haar laatste dia laat een droog gekomen betonnen
waterloop in een woonwijk zien met een bruggetje erover. Een voorbeeld dat
roept om aan de slag te gaan!