
26 april 2007
Verslag van een debat over de toekomst van
Vliegveld Twente, gehouden op 24 april 2007
Voor de toekomst van
het vliegveld Twente is voorlopig eerst gekozen voor een proces en nog niet voor
een concreet plan. Volgens wethouder Eric Helder is het dus ook nog mogelijk dat
het gebied zich ontwikkelt zónder een vliegveldfunctie. Daarmee reageerde
hij op 26 april tijdens een door het Architectuurcentrum Twente georganiseerd
debat op de sprekers die op uiteenlopende wijzen mogelijk en zelfs onmogelijke
ontwikkelingsvarianten aandroegen. Het debat stimuleerde het ‘out of the
box’ denken zo een dreigende, eenzijdige fixatie op ‘vliegen’
te doorbreken.
‘Neem de tijd!’ Dit advies werd door
discussieleider Pieter Jannink nogmaals uitgesproken aan het eind van de avond
die door een kleine honderd belangstellenden
werd bezocht. In het
zalencentrum van Frans op den Bult, aan de rand van het vliegveld, gaven ook de
andere twee inleiders hun adviezen aan de zaal en aan wethouder Helder. Zo vond
Jacques van Dinteren van Royal Haskoning dat het nodig is om continue
ideeën te blijven produceren en gaf landschapsarchitect Marcel Eekhout als
belangrijkste tip mee om in alle plannen gebruik te maken van de grote ruimte
van het gebied. De tips vormden de afsluiting van een avond die de
‘ruimtelijke kwaliteit en gebiedsontwikkeling’ als thema had en die
een vervolg was op de in november 2006 georganiseerde masterclass.
Pieter Jannink
Pieter Jannink,
stedenbouwkundige bij bureau Must en één van de drie masters bij
de masterclass, memoreerde in zijn inleiding kort de resultaten van die
masterclass. Een tiental studenten van diverse opleidingsinstituten werkten toen
drie mogelijke scenario’s uit (zie ook het verslag onder het thema
‘masterclass Hoogvliegers’). Het scenario ‘Vrijstaat’
maakte van de huidige gesloten situatie een open podium waarop als nieuw plein
voor Twente alle Twentenaren elkaar bij allerlei activiteiten kunnen ontmoeten.
Het scenario ‘Ecologische binnentuin’ biedt ruimte aan ecologie,
natuur en milieu en maakt van het gebied een regionaal ecologisch park.
Tenslotte was het scenario ‘Metropolis’ het meest opvallende
resultaat van de masterclass. Hierbij was een visie voor de komende honderd jaar
uitgewerkt en werd het gebied ontwikkeld als een verweving van landschapspark
met een intensieve stad met een nieuw stedelijk centrum voor de regio. Jannink
concludeerde dat de scenario’s misschien wat kort door de bocht waren
uitgewerkt en een hoog dromerig gehalte hadden, maar dat ze wel inspirerend
waren en ‘iets’ op de agenda zetten. Het gaf in iedere geval aan dat
het gebied voor héél Twente betekenis heeft en moet hebben, dat
het vliegveld aan het publiek moet worden teruggegeven en vooral dat het een
unieke, eenmalige kans is. Om die kans optimaal te benutten is het van groot
belang om voor de planontwikkeling ruim de tijd te nemen. ‘En geef bij de
overdracht van het gebied een groot feest voor heel Twente, om zo het belang
ervan te onderstrepen’ aldus een optimistische Jannink.
Marcel Eekhout
Marcel Eekhout,
landschapsarchitect bij het bureau Parklaan Landschapsarchitecten schetste in
zijn inleiding het proces en de planontwikkeling van een mogelijk vergelijkbare
opgave. Hij was betrokken bij de herinrichting van een deel van de Utrechtse
Heuvelrug waar veel militaire terreinen en gebouwen hun functies verloren. Op
basis van natuurlijke en militaire patronen, de regionale en lokale draagkracht
en het culturele geheugen, werd een nieuw landschap met culturele, economische
en landschapsarchitectonische waarden ontwikkeld met ruimte voor wonen, natuur
en recreatie. Volgens Eekhout waren er veel overeenkomsten te herkennen tussen
het Utrechtse voorbeeld en de Twentse situatie. Zijn advies was dan ook een
stappenplan te ontwikkelen met als eerste stap een uitgebreide inventarisatie,
vervolgens een goede beschrijving en tenslotte een transformatieplan te
ontwikkelen waarbij hij een voorkeur uitsprak voor een ontspannen
woonwerklandschappelijke planvorming.
Jacques van Dinteren
Jacques van
Dinteren, productmanager Economie & Ruimtelijke Investeringen bij Royal
Haskoning, relativeert de huidige focus op de economische haalbaarheid van een
vliegveld: ‘Een vliegveld is iets anders dan een winkelcentrum’.
Opvallend noemt hij het verschil in benadering: ‘In tegenstelling tot de
ontwikkeling van een woonwijk waarbij uitgebreide studies worden verricht, wordt
bij dit soort projecten vreemd genoeg de methode van de achterkant van een
bierviltje gebruikt’. Op basis van een aantal – vooral Engelse
– voorbeelden, schetst hij de volgende scenario’s:
- de
ontwikkeling van een luchthaven met een bedrijventerrein,
- een grootschalig
werklandschap,
- een grootschalige multifunctionele ontwikkeling.
Hij
noemt daarbij de ontwikkeling van arbeidsplaatsen en stelt dat bij een vliegveld
met 4 miljoen passagiers per jaar dit 1000 tot 8000 arbeidsplaatsen kan geven.
Maar dat bij een volledige gebiedsontwikkeling zónder vliegveld (zoals
een werklandschap naar Engels voorbeeld van 310 ha) het aantal nieuwe
arbeidsplaatsen 1250 tot 2500 kan zijn. In zijn conclusies stelt Van Dinteren
dan ook dat in de verschillende opties het aantal arbeidsplaatsen vergelijkbaar
kan zijn. Volgens hem ontbreekt consensus over de economische effecten en vraagt
hij zich af of er überhaupt wel een markt voor is (‘Waar zijn dan die
investeerders?’). Hou daarom een worstcase scenario achter de hand, is
zijn advies.
Eric Helder
Eric Helder, wethouder
Economische Ontwikkeling van de gemeente Enschede, noemt in zijn inleiding
allereerst nog eens de doelstelling bij de herontwikkeling van het grote en
mooie gebied:
- de werkgelegenheid herstellen,
- een hoogwaardige
kwalitatieve invulling van een 490 hectare groot, strategisch gebied dat, hoewel
gelegen binnen Enschedees grondgebied ligt, effecten heeft op alle omliggende
gemeenten.
In het richtinggevend besluit is de volgende verdeling
vastgesteld: 250 ha voor een vliegveld, 50 ha voor woningen op de Zuidkamp, 120
ha voor recreatie, 60 ha voor een airport bedrijvenpark met kwaliteit en 10 ha
voor kleine gebieden. Voor mogelijke inrichtingsvoorstellen zijn ontwerpateliers
gehouden waaraan ondermeer de Rijksbouwmeester deelnam en zijn door ondermeer
Landschap Overijssel concrete voorstellen gedaan.
De huidige stand van zaken
is als volgt: van mei tot oktober 2007 worden de Milieu Effect Rapportage (MER)
en een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) gemaakt, inclusief varianten
met en zonder vliegveld. Vervolgens zullen van medio 2007 tot medio 2008 de
onderhandelingen met contract exploitanten worden gevoerd en zal in november
2007 het maatschappelijk debat worden gevoerd. In het voorjaar van 2008 volgt
het te nemen luchtvaartbesluit en de streekplanherziening waarna medio 2009 een
burgerluchthaven, die voldoet aan de eisen, mogelijk is.
Helder memoreert de
bespreking met voormalig minister Zalm. Daarin werd duidelijk dat de gemeente
Enschede geen eigenaar van het gebied is en dat het rijk met het GOB
(Gemeenschappelijk Ontwikkelingbedrijf) zal participeren in de
gebiedsontwikkeling. Overigens vindt Helder het een gebrek dat er geen nationale
visie is op regionale luchthavens.
Het debat
Het debat met de inleiders
en het publiek werd onder leiding van Pieter Jannink gevoerd. Om de discussie op
gang te brengen poneerde Jannink de vraag of het niet beter was om het hele
gebied schoon te maken, te slopen en helemaal opnieuw te beginnen. Nee, volgens
Marcel Eekhout, je moet altijd iets van het verleden laten zien om zo draagvlak
te creëren. Ook wethouder Helder vindt dat de collectieve betekenis van het
gebied in stand moet blijven. Hij vindt bovendien dat het gebied sowieso veel
opener wordt met een plan waarin landschappelijke kwaliteiten zichtbaar worden.
Het hek zoals dat nu om het militaire terrein staat zal een stuk kleiner zijn
als het alleen om de luchthaven staat. Herrie en rust hoeven elkaar volgens hem
niet in de weg te zitten, als er maar een integraal plan ontwikkeld wordt.
Hoewel er in de eerste richtinggevende besluit 60 hectares voor een
bedrijvenpark is gereserveerd, is er in het 490 hectares grote terrein naast een
vliegveld ook veel ruimte voor groen. En, zo houdt hij het publiek voor,
realiseer je dat als er geen luchthaven komt, de druk op het gebied alleen maar
groter wordt. Dit roept bij Jacques van Dinteren de vraag op of de regio die
bedrijventerreinen eigenlijk wel nodig heeft.
Op de vraag uit de zaal of het
wel verstandig is om midden in de netwerkstad een luchthaven te willen in plaats
van een goed ontwikkeld verblijfsgebied met daarin
werkgelegenheidsmogelijkheden, antwoordt Helder dat de luchthaveninfrastructuur
er nu eenmaal al ligt, dus waarom zou je dat niet gebruiken. Bovendien hebben we
al een kennispark. Van Dinteren oppert dat een luchthaven in Twente eerder
‘nice tot have’ dan en ‘need to have’ is. Dat
brengt Pieter Jannink tot de slotvraag aan ieder van de deelnemers: ‘Wat
is uw tip voor de toekomst?’ Van Dinteren meent dat het aandragen van
ideeën nodig blijft voor een vitale discussie en een optimale
gebiedsontwikkeling. Landschapsarchitect Eekhout benadrukt de kans die de grote
ruimte biedt. Maak daar gebruik van! Jannink zelf roept nogmaals op om de tijd
te nemen en herhaalt zijn voorstel om bij de overdracht van het terrein een
groot volksfeest op de landingsbaan te organiseren om zo een nieuwe toekomst
voor het gebied te markeren.
door Tom
de Vries, Deventer