
20 juni 2008
Er is de afgelopen jaren keihard
gewerkt. Zorgvuldig, uitdagend en vooruitstrevend zijn zo maar enkele termen
die daarbij centraal hebben gestaan. Het resultaat mag er dan ook zijn. De wijk
Roombeek in Enschede, de wijk die in mei 2000 door de vuurwerkramp werd
getroffen, is opnieuw opgebouwd. Het is een wijk geworden met de kenmerken
kunst, cultuur en architectuur.
De creatieve stad
Tijdens dit
congres is Roombeek op verschillende schaalniveaus besproken. Internationaal
werd door de Brit Charles Landry Enschede en met name Roombeek in een
internationaal perspectief gezet. De stedenbouwkundige Kristian Koreman van het
bureau ZUS (Zones Urbaines Sensibles) vergeleek het ontwikkelproces van Roombeek
met andere stadsontwikkelingen in Nederland en Bjarne Mastenbroek van bureau
SeARCH zou op lokaal niveau de ontwerpen van bijzondere gebouwontwerpen in
Roombeek toelichten. Helaas is de inleiding van Mastenbroek op het laatste
moment komen te vervallen. Na afloop van de inleidingen en de afsluitende
discussie met onder andere Pi de Bruijn kon het opgesplitste gezelschap aan
verschillende rondleidingen door Roombeek deelnemen.
Lezing door Charles Landry
Charles
Landry (1948) is oprichter van Comedia, een bureau gericht op creativiteit,
cultuur en stedelijke ontwikkeling. Comedia is actief in 45 landen. Landry,
bedenker van de term ‘creatieve stad’, geeft in tientallen steden
advies bij hun zoektocht naar het creëren van een goede stad met een eigen
culturele identiteit. In zijn flitsende presentatie van ruim drie kwartier,
hield Landry het publiek een spiegel voor met een zeer aansprekend betoog over
steden, creativiteit en cultuur maar ook over processen, politiek en beleid.
Bijzonder was de wijze waarop Landry de Enschedese situatie wist te verweven in
een overigens uniform toepasbare visie. Kern van zijn opvatting is dat kunst,
media en de zogenaamde cultuursector binnen een creatieve kennisstads opnieuw
gepositioneerd moeten worden. Daarvoor dienen stedelijke ontwikkelingen vanuit
alle sectoren van stadsontwikkeling en stedelijk beleid met een cultureel
perspectief bekeken te worden.
Lezing door Kristian Koreman
Koreman
zou aanvankelijk een duo-presentatie geven met zijn zakelijke partner Elma van
Boxtel. Omdat Van Boxtel door griep geveld was, hield Koreman zijn inleiding
zonder haar. Koreman ging vooral in op de unieke situatie dat de ontwikkeling
van Roombeek vooral zo heeft kunnen plaatsvinden omdat de gemeente direct
– vanaf de eerste dag na de vuurwerkramp – besloot om een bottum up
proces te starten met daarin veel ruimte voor particulier initiatief. De
stedenbouwkundige maar ook de sociale kwaliteit die dit heeft opgeleverd is, in
samenhang met de grote diversiteit, van betekenis geweest voor het alom
gewaardeerde eindresultaat. Koreman wees er op dat die omkering in de
procesgang – een afwijking die vooral komt door het uitsluiten van
grootschalige en op geld georiënteerde partijen – zorgvuldig bewaakt
moet worden als we een vergelijkbare kwaliteit ook in andere stedenbouwkundige
projecten willen bereiken. De kans dat de bottum up werkwijze uiteindelijk toch
weer een top down werkwijze wordt is groot als politiek, beleid en
projectontwikkelaars zich de werkwijze gaan toe-eigenen.
Lezing door Bjarne Mastenbroek
Door
onvoorzien omstandigheden kon Bjarne Mastenbroek helaas niet tijdig in Enschede
arriveren. De organisatie besloot daarop het programma aan te passen en direct
na de lunch te starten met de rondleidingen. Uiteindelijk arriveerde
Mastenbroek later toch nog in Roombeek en kon hij in het door zijn bureau
SeARCH ontworpen cultuurcluster Het Rozendaal alsnog een inleiding en een
toelichting geven op het ontwerp.
Als gevolg van de aanpassing van het programma is de afsluitende discussie ook niet gevoerd. Mede daarom kon er ook geen antwoord worden gegeven door de verschillende inleiders op de vraag die Pi de Bruijn bij de opening van het congres stelde: ‘Is het in Roombeek behaalde resultaat op stedenbouwkundig gebied te herhalen, ook op locaties waar niet eerst een ramp heeft plaatsgevonden.’ Volgens de Bruijn was deze vraag positief te beantwoorden maar dat kon niet door de inleiders publiekelijk bevestigd worden.