
Donderdag 25 september 2008, 19.30 uur (inloop vanaf 19.00 uur), Reggehof, De Höfte 5 te Goor
Vanavond gaat het over de verstedelijking van Twente. Goor staat hierin
centraal. In de raadszaal van de Reggehof spreken drie deskundigen. Ze praten
over de uitbreiding van dorpen in Overijssel, over een plan voor de toekomst
van Goor en over de verstedelijking van de mens zelf. Tussen deze sprekers door
komen inwoners van Goor zelf aan het woord. Vijf video-interviews worden getoond
op het grote filmscherm dat deze zaal zo veel allure geeft.
Als eerst krijgen we een video-interview te zien met meneer Harold Pullen, makelaar. Hij beschrijft dat
de bevolking in Goor iets eigens en origineels heeft, met veel gevoel voor
humor. De verschillende gemeenten hadden moeite met de fusie tot Hof van Twente
met Goor als centrumfunctie. Maar zegt de heer Pullen: 'alles went.' De neuzen
stonden snel de goede kant op en er waren geen omhooggevallen figuren bij. Het
gemeentehuis is het voorbeeld van wat goed is gegaan. De winkelstraat
daarentegen is het toonbeeld van hoe het niet moet. Hij vindt de hoofdstraat
een verrommeling en het doet niet wat het moet doen als centrumfunctie van deze
gemeente.
Piet Ziel heeft de leiding over de
avond. Hij vertelt dat dit zelfportret van Goor er één uit een
reeks is. Twee jaar geleden kwam Haaksbergen aan bod en in de toekomst wordt de
Lutte nog onder de loep genomen. Dit allemaal omdat het zo belangrijk is de
dorpen uit te lichten. De grote steden laten van zich horen, die doen veel aan
citybranding. Maar de kleine steden en dorpen, die hoor je niet zo.
Piet
zegt ons dat de naam Goor komt van moerasgronden en helemaal niets te maken
heeft met de betekenis die wij deze dagen aan het woord goor geven. Hij laat
ons afbeeldingen zien van wat je ziet als je op de fiets door Goor rijdt: het
Twentekanaal, industrieën met verrassende beelden (hij doelt hiermee op
het Aan De Stegge gebouw, geïnspireerd op de stijl van architect
Hundertwasser), een kasteel, projectontwikkeling en het begin van de Regge. Hij
omschrijft Goor als een vlinder. Het lijf is een L-vorm van de dekzandruggen
waarop het dorp is gebouwd en de vleugels zijn de wijken die er omheen zijn
gegroeid.
Het tweede video-interview wordt vertoond. Ben
Kuenenger, café eigenaar van D' Olde Smidse vertelt dat hij 30
jaar geleden tegen het pand aanliep en het kocht om het mooie geveltje. Vol
trots deelt hij mee dat hij nog steeds dezelfde menukaart heeft. 'Behalve de
prijs'. Die is wel gestegen natuurlijk. Hij vindt dat Goor er tegenwoordig goed
uit ziet, alles is gelikt, de woonwijken en winkels. 'Rooie Goor is het al lang
niet meer.' Verder is er niks speciaals aan Goor volgens Ben. Het is makkelijk
volk en het bevalt hem prima.
De eerste deskundige spreker steekt van wal. Karen de Groot heeft bij Atelier Overijssel het project Rafels,
Randen en Routes gedaan. Dit gaat ze nu toelichten. Ze begint met een aantal
korte filmpjes die gemaakt zijn door Jeroen van Westen. Deze films typeren de
randen van dorpen in Overijssel. In elk filmpje worden we meegenomen in een
auto en rijden we langs de rand van het dorp waar een nieuwe wijk is gekomen.
Het opvallende is dat de randen van alle dorpen op elkaar lijken. Je hebt geen
idee in welk dorp je bent, tenzij je er woont misschien. Deze uitbreidingen
worden ook herkent als nieuwbouwwijken en niet als uitbreiding van het dorp.
Met uitbreiden van het dorp bedoelt Karen het verder bouwen op de manier zoals
het dorp is ontstaan, langs een waterloop, een weg, of aan een haven. Alles
gebouwd in relatie met het landschap.
In het project Rafels, Randen en
Routes hebben vijf bureaus ideeën gegeven over vijf dorpen in Overijssel.
De resultaten:
- Ruimte bieden voor andere functies: huizen in Zwartsluis
met uithangborden, zoals winkels ook hebben.
- Voortbouwen op dorpse
structuren: laat de dorpsstraat van Willemsoord een publieke ruimte blijven en
niet als toegangsweg gelden voor de nieuwbouw.
- Dorp en landschap met
elkaar verbinden: zoek in Goor het water weer op.
- Ga om met
infrastructuur: vorm van de ophoging van de geluidswal in de Lutte een lint om
het dorp waarop mensen kunnen wandelen en fietsen.
- Het organiseren van
rafeligheid: zoals het groene stukje weiland direct naast het centrum van
Heino.
Bij het laatste resultaat komt meteen een vraag uit het publiek. 'Hoe
kun je rafeligheid nou organiseren?' Het antwoord van Karen: 'je moet het
aandacht geven in de plannen, zeggen dat het mag.' De conclusie van Karen is om
anders te kijken. Ga van de automatische piloot af, beschouw het dorp in lijn
met zijn omgeving, benoem de kleur van het dorp, vertaal die kleur in
ontwikkelingsstructuren en laat iedere woning bijdragen aan de kleur.
Het derde video-interview is met meneer Jan
Bolink. Hij was boekhouder bij de Volkswoning in Goor. Hij noemt het
Goorse volk nuchter. 'Men blaast niet hoog van de toren'. Hij vertelt dat de
Goorse Volkswoning in 1912 is opgericht. De overheid kwam met bedragen. 'maar
mondjesmaat, je kon er niet iets redelijks van bouwen.' Meneer Bolink vindt dat
de school en volksfeesten van Goor een bindende factor zijn. Thuiskomen in Goor
is voor hem het terugzien van de kanaalbruggen, het station en het spoor. Dat
zijn volgens hem de karakteristieken van Goor.
Cathelijne Vreeburg, de tweede
deskundige, begint haar verhaal met een eigen ontworpen ansichtkaart die groot
op het scherm achter haar de zaal binnenkomt. 'Groeten uit Goor?' staat er in
grote letters, met daarachter foto's van onder meer het gemeentehuis, het Aan
De Stegge gebouw en de winkelstraat. Cathelijne vraagt zich af: 'wat wil je
zien op een ansichtkaart van Goor?' Na dit beeld komt nog een afbeelding. We
zien Goor in een soort van wasmiddel-achtig logo. Cathelijne zegt erover dat ze
dit ziet als het nieuwe logo van Goor. Het is bedoeld om het negatieve beeld weg
te wassen.
Cathelijne heeft een plan gemaakt dat uitgaat van karakteristieken
van Goor. Haar visie is: ga terug naar de natte basis. Goor is ontstaan uit een
moerassig gebied. De levensader van het dorp is de Regge. In de loop der jaren
is Goor flink gegroeid. Er zijn grote industriecomplexen en planmatige
woonwijken bijgekomen. De kleine waterlopen zijn verdwenen en het Twentekanaal
is de belangrijkste waterweg geworden. In het nieuwe dorpsgezicht dat
Cathelijne presenteert is de Regge duidelijker zichtbaar en krijgt het
Twentekanaal een woon- en recreatiefunctie. Woningen worden op palen gebouwd,
industriepanden zitten geclusterd op eilanden met daarom heen veel water en er
varen recreatieve bootjes op het Twentekanaal.
Uit de zaal komt de vraag hoe
reëel dit plan is. De mevrouw die de vraag stelt ziet er niet veel toekomst
in omdat er een plan ligt voor de bouw van 350 bungalows aan de zuidkant van
Goor. Cathelijne antwoordt: waarom zou je niet iets moois maken van een
bungalowpark?
We denken dat het tijd is voor een pauze. Maar er komt eerst nog een
video-interview. Marinus Aaftink,
controller van beroep, staat voor de Geiminkschool waar hij in '56 naar toe
ging. Hij vindt deze school een mooi voorbeeld van de bouw van toen. Door de
komst van Eterniet werden er huizen gebouwd. Die worden nu weer afgebroken, het
asbestschandaal van Goor. Er is asbest verspreid in alle wegen. De vader van
Meneer Aaftink is er aan overleden. Meneer Aaftink vindt Goor zo grijs als de
Eterniet. 'Er zit wel groen er om heen, maar creëer dat ook in het
dorp.'
'Wie gaat er nou naar Goor toe om te wonen? Dat doet niemand denk
ik!'
Na de pauze krijgen we het laatste video-interview te zien. Wim Reussink de autodealer begint over de E8.
De autoweg van Amsterdam naar Moskou. Verder typeert hij Goor als een rood
stadje met weinig beweging, amateurs. Door de komst van Hof van Twente zijn er
meer professionals gekomen. Hij denkt dat er hierdoor een breder beleid komt.
'Veel mensen waren tegen op de bouw van het gemeentehuis, maar we mogen er
trots op zijn.' Meneer Reussink vond Goor geen mooi plaatsje, maar het gaat nu
wel de goede kant op.
De laatste deskundige, Willem Koerse,
onthult dat dit zijn eerste bezoek aan Goor is. Zijn verhaal gaat dan ook niet
specifiek over Goor, maar over de verstedelijking in het algemeen. Zijn
stelling is dat de wereld verstedelijkt in een hoog tempo. Meer dan dan de
helft van de inwoners op aarde woont in de stad. Hij neemt Brazilië als
voorbeeld. In 1945 woonde in dat land één op de vier mensen in de
stad. In 1996 woonde één op de vier mensen op het platteland. Ook
Nederland is dicht bevolkt en ook hier neemt de verstedelijking toe. Willem
Koerse citeert een tekst van Wim Kok uit 1996: 'Nederland is in
één beeld te vangen, het is één grote stad
geworden. Je komt elkaar tegen en zit elkaar in de weg.' Hij noemt ook het
groene hart, dat tegenwoordig 'hartje' of 'hartinfarct' wordt genoemd. Van dit
groene gebied tussen Amsterdam, Utrecht en Rotterdam blijft steeds minder over.
En ook in Twente groeit alles steeds meer naar elkaar toe.
Willem Koerse
praat vanavond over de leefwijze. Volgens hem zit de echte verstedelijking in
onze leefwijze. Hij noemt ons allemaal stedelingen. Een aantal mensen in de
zaal kijkt verbaast op. Je hoort ze denken: wij mensen uit Goor zijn toch
dorpelingen? Willem Koerse legt zijn uitspraak uit. De aansluiting op de grote
wereld is de reden dat mensen in dorpen, stedelingen zijn geworden. Ze zijn
niet meer geïsoleerd. Communicatie speelt hierin een grote rol. De komst
van de telefoon, radio, televisie en internet verbinden ons met de wereld. Dit
maakt dat de dorpen hun identiteit verliezen. Dialect, klederdracht en sociale
controle verdwijnen. 'Sociale controle was het cement van het dorp, dat is gaan
korrelen.'
Willem Koerse denkt dat het proces van verstedelijking
onomkeerbaar is. 'Je kan niet meer een dorp maken door de mentaliteit die er nu
is.' Wel is er volgens hem een hernieuwde belangstelling voor het platteland.
Het voorbeeld is Frankrijk. 4% van de Parijzenaren vertrekt naar het
platteland. Dat lijkt niet veel, maar het zijn toch 400.000 mensen. De mensen
die vertrekken doen dat niet zomaar. Ze laten zich coachen door adviesbureaus
die speciaal zijn opgericht om deze mensen te helpen. Deze vraag om erkenning
van eigenheid is het tegenwicht van de globalisering. 'Je bent een
wereldburger, maar beseft dat dit niet voldoende is. Je moet kunnen aarden in
een eigen dorp.' Willem Koerse zegt dat ook in Nederland steeds meer mensen
naar het platteland gaan: gepensioneerden die vanuit de Randstad hier naar toe
vluchten.
Tot slot gaat Willem Koerse nog even in op de mobiliteit, dat
samenhangt met de verstedelijking. Er is groei in beweging. Er worden veel
auto's verkocht. Je ziet ze overal, want er zijn veel parkeerplaatsen langs de
wegen. Een mooie uitspraak die Koerse doet: 'stilstaande auto's zijn misschien
wel erger dan rijdende'. Een tweede voorbeeld van mobiliteit zijn de
vliegvelden, die we tegenwoordig luchthavens moeten noemen. Ze zijn zo voorzien
van functies dat je er een maand aaneengesloten zou kunnen leven.
Wat kunnen we concluderen uit deze avond? Het antwoord is niet makkelijk, want
de meningen lopen uiteen. Verbind dorp en landschap, geef het dorp een kleur en
handel er naar. Breid Goor uit door uit te gaan van de karakerisiteken en terug
te gaan naar de natte basis. Óf, denk niet dat je Goor kunt uitbreiden
als dorp, want we zijn allemaal stedelingen geworden.
door Inge Rensink