
Architectuurcentrum Twente bestaat 10 jaar. Wij vertellen u graag over...
Het lijkt allemaal erg kort geleden dat we in 1999 met het Architectuurcentrum
Twente van start gingen. Voorafgaande aan deze start hebben vertegenwoordigers
van twee architectuurstichtingen - stichting Over Ruimte en de werkgroep
architectuur van de Kunstvereniging Diepenheim - de koppen bij elkaar gestoken
om te bekijken of het mogelijk was om een onafhankelijke professionele
organisatie op te zetten, om zo een brug te slaan tussen publiek en de
vormgevende beroepen.
De mensen van het eerste uur waren: Albert Fien
(stadsstedenbouwer van de gemeente Almelo), Chris Hein (voormalig directeur van
Cultureel Centrum te Enschede), Joop Hoogeveen (docent kunstgeschiedenis) en
Paul van der Jeugd (architect te Enschede). Samen met ondergetekende zijn we
aan de gang gegaan om de haalbaarheid van een dergelijke organisatie te
onderzoeken.
De eerste doelgroep waren de Twentse architectenbureaus.
Dit bleek geen probleem te zijn, want iedereen was enthousiast en wilde ook een
kleine bijdrage in de oprichtingskas storten. De tweede te onderzoeken doelgroep
waren de gemeenten: Almelo, Enschede, Hengelo en Oldenzaal. Wat zouden zij
vinden van een professionele organisatie, die tot doel zou hebben om de
architectuurvormgevende beroepen meer een gezicht naar buiten te
geven?
Almelo, Enschede en Hengelo waren meteen geïnteresseerd en
stelden alles in het werk om de nieuwe organisatie financieel te ondersteunen.
Oldenzaal trok zich terug, zij vond dat de grotere gemeenten het voortouw
moesten nemen. Zo ontstond in het najaar van 1998 het eerste regionale
architectuurcentrum van Nederland.
Qua organisatievorm werd gekozen voor een organisatie met een bestuur en een
programmaraad, aangevuld door een bureau, die voor de organisatie van de
activiteiten verantwoordelijk was. Het bestuur zou een bestuur worden die de
zaakjes van een bepaalde afstand zouden blijven volgen, zij zijn in principe
(nog altijd) verantwoordelijk voor de financiële middelen. De
programmaraad zou verantwoordelijk zijn voor de programmering. Zij bepaalt wat
we organiseren en werkt actief mee aan de totstandkoming van de
programma’s. De leden van het bestuur en programmaraad zijn allen
gevraagd op hun persoonlijke betrokkenheid en op vrijwillige basis, niet
vanwege de vertegenwoordiging van belangen van beroepsgroepen. Tevens vonden we
het belangrijk dat geheel Twente vertegenwoordigd zou zijn. Dit alles is naar
onze bescheiden mening erg goed gelukt.
Ons bestuur heeft altijd een
volledige bezetting gehad bestaande uit negen personen, waarvan twee
vertegenwoordigers gedelegeerd werden uit de programmaraad. Onze programmaraad
heeft altijd een constante bezettingsgraad van 20 tot 25 leden gekend, met een
vertegenwoordiging uit alle vormgevende disciplines, zoals architecten,
landschapsarchitecten, stedenbouwers, industrieel vormgevers, kunstenaars en
niet op de laatste plaats liefhebbers van de resultaten van deze disciplines.
In de voorbije 10 jaar hebben erg veel onderwerpen de revue gepasseerd: het
Architectuurcentrum Twente was één van de eersten die het (Twentse) landschap op de agenda
plaatste, maar ook de vraag wat regionaal bouwen is werd op menig avond
besproken. Ook de actualiteit bood vele droevige maar ook interessante
onderwerpen: over de wederopbouw van de wijk Roombeek zijn menig harde noten
gekraakt; de bebouwing van de Ganzenmarkt in Oldenzaal en het Marktpassageplan in Haaksbergen; de
presentatie van een Belvedèreworkshop in een
café in Bentelo.
Het Architectuurcentrum heeft altijd gemeend
vrijdenkers in Twente aan het werk te moeten laten gaan, zonder vaste regels en
zonder gebruik te maken van de bestuurlijke besluiten. Erg interessant waren in
dit kader de presentaties van opdrachten die het Architectuurcentrum heeft
verstrekt: in het project onder de naam ‘Netwerkstad I, Netwerkstad II en binnenkort Netwerkstad
III’, worden en werden gehele nieuwe opvattingen voor bepaalde gebieden
van Twente gepresenteerd. De resultaten van deze Netwerkstadsactiviteiten
zullen het komende jubileumjaar worden gebundeld. Verder zal in dit kader het
komende jaar het project ‘Oersprong Twente’ het daglicht zien.
Ook hebben we scoops gehad tijdens onze discussieavonden: zo werd op
een avond over verstedelijking van het landschap voor het eerst het onderwerp
van de Krimp gepresenteerd. Een
onderwerp overigens dat ook het komende jaar in onze agenda staat opgenomen.
Een andere activiteit waar we zeer trots op zijn is de Archi-idols verkiezing die we het vorige jaar
hebben georganiseerd. Jongeren, middelbare scholieren, werden uitgedaagd om mee
te strijden om wie het beste ontwerp voor de nieuwe Hengelose wijk Dalmeden zou
kunnen maken.
Op het gebied van tentoonstellingen hebben we ook
aardig van ons doen spreken, jaarlijks wordt de Geslaagd Ontwerp expositie georganiseerd,
daarin kunnen pas afgestudeerden in de ontwerpdisciplines hun eindexamenwerk aan
een groter publiek tonen. De enige link die het afstudeerwerk moet hebben is dat
het enige relatie met Twente heeft en dat de afgestudeerde een geografische
relatie met Twente moet hebben. Ook de oeuvre-tentoonstellingen hebben veel
bekijks getrokken, de expositie over het werk van de Enschedese architect Nico Zantinge spreekt bij mij nog immer
tot de verbeelding. Het komende jaar organiseert het Architectuurcentrum een
expositie over de architect van het Enschedese stadhuis, Gijsbert Friedhoff.
Het Architectuurcentrum Twente bestaat alweer
tien jaar, de jaren zijn voorbij gevlogen. Als u eens wist wat wij nog allemaal
in petto hebben, dan kan ik u verzekeren dat we nog zeker twintig jaar voort
kunnen. Maar laten we eerst de komende tien jaar goed volbrengen.
Wij hopen u ook in de toekomst bij onze
activiteiten te mogen ontvangen.
Peter van
Roosmalen, coördinator, januari 2009